GFT container Restafval container
Print

Slener in de spotlight:

Tini Dobben
Zo ver weg … zo dichtbij!

Na het Jawoord in het gemeentehuis kreeg het jonge paar als startkapitaal voor de boerderij: Wat land en vijf koeien. Albert en Tini zagen de toekomst als een uitdaging. De bedrijfstaken werden min of meer verdeeld. Tini deed het vee en de melkerij. Albert akkerbouw met als hoofdzaak aardappels. Zonder (een beetje) geluk vaart niemand wel. Het geluk bestond uit het kunnen huren van ontgonnen veengronden in Nieuw-Schoonebeek, Weiteveen, Oranjedorp en Erica. Eigendom van de familie Ten Cate uit Twente. Aardappelen waren het eerste gewas na de ontginning en mocht drie achtereenvolgende jaren worden verbouwd.

Naast de eigen werkzaamheden deden ze natuurlijk ook veel gezamenlijk. Onder andere het rooien van de piepers. Tini: “Wil je wel geloven dat ik het altijd schitterend werk gevonden heb om op de rooimachine achter de trekker te staan. Ik zou er geen vakantie voor willen ruilen. Als Albert de trekker langs de voren stuurde, stond ik op de rooier om oude aardappelen, loof en ander tarra op de sorteerband ‘over boord te gooien." Maar er kwam ook wel eens iets anders voorbij. Oude medicijnflesjes, hoefijzers, kalken pijpjes, diggelgoed, of aardewerk van geneverkruiken.

Af en toe ook wel eens bijzonder gevormde stenen. Stenen met een rond gat of in de vorm van een bijl. Zorgvuldig werden al deze ‘gevonden voorwerpen’ in een kistje geborgen. Niet zo zeer uit het oogpunt van de archeologische waarde maar meer uit belangstelling voor curiositeit. “We vroegen we ons wel eens af, wie heeft ooit aan dat kalken pijpje liggen lurken of wat voor medicijn zat er in dat flesje.” De bijzondere stenen, zijn ze door mensen bewerkt? Zo ja, wanneer en waar zijn ze voor gebruikt. Daar willen we graag meer van weten. Nagenoeg komen alle voorwerpen uit de omgeving van Erm en Sleen. De restanten van de kalken pijpjes werden overwegend gevonden in of op de ontgonnen veengronden uit de omgeving (zie inleiding).

Mensen die zich bekwamen in het zoeken, vinden en herleiden van voorwerpen uit het verre verleden noemen wij oudheidkundigen of met een wat meer officiële benaming, archeologen. Opgravingen, studies en nieuwe technieken vertellen steeds meer over de mens uit vroeger tijd; leefwijze, huisvesting, jacht, flora en fauna en zo meer. Maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden. De vraag is, of Tini Dobben uit Erm met haar vondsten een stukje prehistorie heeft weten te achterhalen!

Jaap Beuker, archeoloog bij het Drents Museum in Assen, was bereid naar Erm te komen. Uiteraard uit hoofde van zijn professie maar ook bereid bij opmerkelijke vondsten iets te vertellen over oorsprong en historie. Bij het uittrekken van de jas geeft de moerstaal, het Drents, direct kundigheid. Beuker is ook in de regio geboren. 

Overzichtelijk lagen de vondsten op twee tafels gerangschikt. Een verzameling, bijeen gesprokkeld in meer dan veertig jaren. In de woonkamer, breukwerk van kalken pijpjes, geneverkruiken, glasvondsten enz. Vriendelijk buigt de expert zich even over deze spullen maar kijkt met een half oog al naar de andere tafel in de keuken waar de stenen vondsten liggen uitgestald. De belangstelling gaat duidelijk naar tafel twee. Maar eerst gaan we koffie drinken.

Met een kennersoog worden in korte tijd de objecten gerangschikt. “Dit hoort in dat tijdperk thuis, wat daar ligt is duizenden jaren jonger, de slijpstenen zijn van later datum. Bevlogen worden we meegenomen, naar het verleden. Duizenden jaren voor Christus leefden hier al mensen, op dezelfde grond als wij, onder omstandigheden, die niet te vergelijken zijn met die van ons. Op basis van zorgvuldig onderzoek met moderne middelen wordt op boeiende wijze verteld over het Stenen Tijdperk, Hunebedbouwers, het ontstaan van landbouw en zoveel meer. Het blootleggen van al deze overblijfselen heeft alleen wetenschappelijk waarde bij een goede registratie van de vindplaats, krijgen we te horen. Albert weet gelukkig het een en ander nog te achterhalen.

Op tafel ligt een doorboorde steen, een zogeheten Geröllkeule, dit zijn objecten die stammen uit de steentijdperiode, het Mesolithicum, 9000-5000 voor Christus. De vorm is ovaal of halfrond ovaal. Waarschijnlijk gebruikt als knots.

Wat ons Drenten aanspreekt zijn de hunebedden, waar wij in onze provincie nogal rijkelijk mee bedeeld zijn. De periode dat deze graven aangelegd zijn valt in het Midden-Neolithicum (ca. 3350-2750 v.Chr.) Ook wel Trechterbekercultuur genoemd.

De ‘gerooide’ stenen bijlen, in verschillende afmetingen, komen uit die tijd. Albert die nogal praktisch is, heeft er aanvankelijk moeite mee hoe de zware bijl vast blijft zitten aan de stok. Met een schets wordt overtuigend duidelijk gemaakt hoe deze bijlen bevestigd werden en door de slagkracht juist steeds vaster kwamen te zitten. Voor alle duidelijkheid het gaat over slagbijlen en niet over vuistbijlen.

Tot slot is er nog een klop/wrijfsteen. De datering daarvan ligt tussen het neolithicum of Nieuwe Steentijd (11000 jaar v. Chr.) en de ijzertijd (750 jr. jaar v. Chr. – begin jaartelling).

Beduusd kijken wij elkaar aan. Voorwerpen die duizenden jaren geleden van steen gebruikt zijn om te overleven, liggen op tafel bij Tini en Albert in Erm. Dit speelde zich af in dezelfde omgeving waar we nu boeren, fietsen, wandelen, hondje uitlaten en computeren. Zo ver weg… zo dichtbij!

Noot: Jaap Beuker, bedankt voor deze boeiende middag. Tini en Albert Dobben bedankt voor het vergaren van al dit moois!

Voor alle foto's klik hier.

Tekst: Ben Offringa
Foto’s: Annemarie Elberse en Albert Dobben (archief Dobben)