GFT container
Print

 

Slener in de spotlight: Henk Schepers

De zoete inval in Noord-Slee

Niet alleen de zoete honinglucht  maar ook de gastvrije overkapping naast molen ‘Albertdina’ draagt hieraan bij en uiteraard Henk ... Henk Schepers zelf.

Het is begin augustus en de zoveelste ‘mooi weer dag’ deze zomer. In de schaduw van de overkapping mag ik de eerste heidehoning van dit jaar proeven. Heidehoning, een culinaire beleving voor menigeen. Een beschuitje met een lik roomboter en heidehoning ... lekkerrr! Maar voor de imker een stugge, weinig vloeibare honing die moeilijk in jampotjes te krijgen is. Liefhebberij voor bijen heeft Henk aan zijn vader te danken. Een paar torenkraaien zitten op de wieken van de ‘Albertdina’ hun veren glad te strijken, de oude molen vindt het best.

De ‘Alberdina‘ nam de plaats in van de in 1904 afgebrande ‘Concordia’. Enkele jaren later neemt opa Jan Ziengs, die getrouwd was met Henderkien Dobben, de molen over van een zekere F. Westerling, een man met een gehavende reputatie, die in verband werd gebracht met een groot aantal molen branden.

In het midden van de jaren dertig, vorige eeuw, kwam Jan Schepers als knecht bij Ziengs in dienst. Een prima kracht maar helaas ... knecht en dochter werden verliefd op elkaar. Ondenkbaar in die tijd, een arbeider met de dochter van de baas. Jan werd de laan uit gestuurd en werd knecht bij mulder Warmolts in Norg. De liefde tussen Jan Schepers en Albertdina bleek sterker dan de gevestigde orde en hij keerde op aandrang van opoe Herderkien terug naar Noord-Sleen en trouwde met Albertdina. Later toen alles koek en ei was in de familie nam Jan Schepers de molen over van schoonvader Ziengs. Hij vernoemde die naar zijn vrouw Albertdina. Drie jongens werden geboren uit dit huwelijk. Jan de oudste was min of meer voorbestemd om vader Jan op te volgen als molenaar. Een aanbod van veevoeder fabrikant Wessanen bracht echter een andere keuze. Henk en Jans verdienden hun brood, in een minder stoffige omgeving, het bankwezen.

Vroegtijdig heeft Henk, zoals zoveel anderen, door reorganisaties afscheid moeten nemen van de bank. Jans, de middelste, woont in Schalkhaar. Henk, is zijn geboortestee trouw gebleven en woont nog altijd graag naast de molen. Het huis is eigendom van Henk, de molen behoort aan de gemeente Coevorden. Dit geeft een wat vreemde situatie, de molen ligt met onderliggende grond als een eiland op het erf van Henk met het recht van overpad. Voor het behoud van de molen is het wenselijk dat de wieken regelmatig wentelen. Wekelijks wordt deze taak uitgevoerd door Hr. Pottjewijd, vrijwilliger en erkend molenaar.

Terug naar de bijen. Eind zeventiende eeuw telde Drenthe meer dan 200.000 korven met bijenvolken. Je had bijenhouders met drie of vier korven maar er waren er ook bij van vijftig en zelfs nog meer. “Voor veel boeren was het houden van bijen evenals de jacht een mooie financiële aanvulling. Hoofdzakelijk werd er heidehoning gewonnen. Begrijpelijk gezien de uitgestrekte heidevelden toen in Drenthe.”

Grenzend aan het molenerf ligt de boomgaard. De bejaarde bongerd telt veel ouderwetse fruitrassen, zoals de Drentse bellefleure, Groninger kroon, goudreinette, juttepeer, reine claude en victoria, om maar een paar te noemen. Met kennis van landschapsbeheerders en pomologische verenigingen zijn oude vervallen bomen in de loop van de tijd vervangen door weer jonge, oude rassen. Zelden zo’n uitbundige dracht aan vruchten gezien. “Ja wat wil je, in de bloeitijd van het fruit staan hier een aantal kasten en zorgen duizenden bijen voor overdracht van stuifmeel. Een meer dan overtuigend bewijs van het nut van bijen.” Tussen de middag wordt door menigeen in Noord-Sleen uitgekeken naar Henk, die in parttime dienstverband, de post bezorgt in het dorp.

Ook is hij onlangs door de Nederlandsche Bijenhouders Vereniging te Wageningen benoemd tot depothouder voor Noord-Nederland. Een verblijdende keuze voor Henk. Het secretariaat van de bijen vereniging Oosterhesselen valt ook onder zijn verantwoordelijkheid. De veelzijdigheid en brede belangstelling van Henk geeft veel ... heel veel aanloop. Menig dorpscafé zou blij zijn met zoveel bezoekers. Bij het laten zien van promotiepanelen die gebruikt worden door imkers bij allerlei activiteiten, staat een grote verassing in de schuur! Een beauty van een klassieke Opel uit de jaren dertig in concoursstaat. De wagen is, niet te geloven, meer dan tachtig jaar oud. De bezichtiging van de panelen laten we voor wat het is. Henk gaat mij, onder het genot van een biertje, het ‘Opel verhaal’ vertellen.

“Dat mijn vader noodgedwongen molenknecht werd bij Warmolts in Norg, bleek achteraf een schot in de roos. Het klikte bijzonder goed tussen de mulder en vrouw. Een jaar of vier heeft pa het uitstekend naar zijn zin gehad bij de familie. Bij terugkeer naar Noord-Sleen bleef de band bestaan tussen hem en de familie. De Opel werd na het overlijden van Warmolts  door de weduwe  aan mijn vader geschonken, een zeer uitzonderlijke gift, die nogal opzien baarde. Misschien was de gift te danken aan het feit dat het echtpaar kinderloos was. Heel wat visiteritjes zijn naar Norg gereden met het Opeltje. Broer Jan heeft, heel wat clandestiene kilometers afgelegd in de Opel, als oefening voor het rijbewijs. Maar na verloop van tijd moest het gekoesterde wagentje er aan geloven en werd ingeruild tegen een nieuw model, een Opel Olympia, zo verdween ons autootje uit beeld!  Even een sprong in de tijd. Het toeval…! Jaren later fietste ik dagelijks naar Coevorden waar ik werkzaam was bij de ABN. Tijdens een autoshow bij Opel dealer Juurlink zag ik als blikvanger in de showroom eenzelfde type Opel staan als die van ons vroeger. Ik kreeg te horen dat deze Oldtimer oorspronkelijk uit Sleen of omgeving kwam. Wat bleek, het was onze vroegere Opel die na veel omwegen privé bezit was van de heer Juurlink. Een lang verhaal kort, de auto is, door ons broers, terug gekocht en staat weer op dezelfde plek als vroeger. Met mooi weer wordt het vehicle van stal gehaald en rijden we nog graag een rondje nostalgie.”     

De ‘Albertdina‘ heeft aan de zuidkant van het dorp een mooie plaats zonder windbelemmering, aan de rand van dorp en es. Komend uit Sleen is de molen beeldbepalend. Wat zijn de beide ‘Slenen’ toch bevoorrecht met twee van die prachtige korenmolens, de  ‘Albertdina’ en ‘De Hoop'.

Met een pen vol verhalen en een pot heidehoning fiets ik weer naar het andere Sleen.

Klik hier voor alle foto's.

Tekst: Ben Offringa
Foto’s: Annemarie Elberse 
Bronvermelding: Gebroeders Schepers