Columns

Vakantie

Ik zit in het restaurant van de jachthaven van Kuressaare. Een aardig meisje brengt een cappuccino. Buiten giert de storm. Op de kade trekken vlaggen masten krom en de boten in de haven dansen aan de steiger. Het is windkracht 8 met uitschieters naar 9. Ik vaar mee op de Super Nova in de Golf van Riga. Terwijl ik in het restaurant zit te schrijven aan deze column, zitten Jan, Herman en Auke op de boot. Die ligt met de achterkant naar de steiger en met de punt schuin in de wind. 'We hadden gisteren toch een extra lijn moeten aanleggen', zei Jan de kapitein vanmorgen bezorgd. De boot ligt aan de voorkant maar met een lijn vast en de vraag is of die het wel houdt. Zo niet dan waaien we tegen de buurboot aan en moet er snel worden gehandeld om schade aan beide boten te voorkomen.

Een bijna tien.

In mijn vorige columns heb ik mij wel eens een beetje kritisch uitgelaten over bepaalde activiteiten en sferen. Daar werden weer een boel mensen nerveus van, omdat ze het niet snappen of willen begrijpen en die gaan daar dan weer raar op reageren.
Lieve mensen, ik heb alles ter harte genomen en wil vanaf nu alleen nog maar vrienden maken en niemand meer ongelukkig laten worden of laten ergeren. Ik geef het toe, het is moeilijk maar het moet. Per slot van rekening hebben we net het feest van de verbroedering achter de rug. Het feest van het collectieve vrolijk zijn, per straat, buurt, ja zelfs gehele dorp. Het maakte niet meer uit, Akker of Fontein, als we maar vrolijk zijn.

Straotversiering.

Hiel Slien is in de ban van’t Zudenveld. Trouwens, niet allen Slien, maar volgens oes ok de rest van Drenthe, want ’t is ’s aovonds tegen half elf net of de A-37 umleid wordt, dwars deur Slien hen.
Geert zeg wonsdag tegen mij: “Wij kunt oes tan’Aoltie ok nog wal ies even ophalen, ien dizzer dagen”. Tante Aoltien zit in “Heidehiem”. Zie komp zowat nargens meer, en daorum zul een bezuukie an oes versierde darp wal een mooi verzettien veur heur wezen, hadden wij zo dacht.
Gistermiddag tegen drie uur hef Geert heur ophaald, met rolstoel en al. Even een deken over de bienen, de jas an, das en kopdoek um, en zo scheuven wij even later met oes aole tante deur Slien.

Paardenkar

Vooral ’s zomers maak ik ritjes met de paardenkar. Kamperende gasten achterop, de kinderen beurtelings naast me op de bok en vaak buurman Jo erbij.
Paard Foekje inspannen (bestaan er mooiere namen? Eerst die zachte F, dan die rustgevende OE, afgesloten door een kloeke K en een wegglijdend appendixje). Een buurmeisje van vroeger heette Foekje, Foekje van der Zee, dochter van de melkboer. Vorig jaar nog stelde ik me voor aan een mevrouw die stralend haar voornaam Foekje noemde waarop ik haast nog stralender zei dat dat mijn favoriete meisjesnaam was waarop zij het toppunt van stralen bereikte, dat ik onnodig doofde door te vermelden dat mijn Friese merrie die naam ook draagt. Hoefschoenen aan, ja, je bent een moderne paardenman of niet; en dan, kalm stappend de Vijverbrinkenweg in; de in onze folder beloofde onthaasting begint nu op volle toeren.

Mijn lief

Het is donderdag, het wordt avond. Het is 23 april. De vergadering is twee weken uitgesteld. Niet vanwege mij, maar omdat er toch teveel bestuursleden niet aanwezig kunnen zijn. Kan ik me dus nog beter voorbereiden. Voorbereiden op mijn afscheid. Afscheid van SleenWeb. En van www.sleen.nu. Denk ik.

Ik rijd met gemengde gevoelens naar Sleen, vanuit het kleine en mooie Drijber, langs een prachtige route: het Mantingerveld, Meppen en Oosterhesselen. En ik neem gewoon deel aan de vergadering. Tot mijn afscheid nadert. Ik heb de behoefte om nog wat uit te leggen. Dat het wel raar is. Dat ik er vanaf het begin bij betrokken ben geweest, bij het nadenken over een website. Na de oproep die Geke had

Forum

Leuk idee, dat forum op sleen.nu. Iedereen kan op deze manier goeie en slechte ideeën kwijt over Slener zaken. Het slechtste idee tot nu toe, vind ik het verplaatsen van de grote zwerfkei bij het Armhoes naar het oude gemeentehuis, dat tegenwoordig multifunctioneel centrum heet. Het voorstel komt van Mojo Clinton. De jongens van Mojo vinden dat de kei, met een bordje erop omgetoverd tot oorlogsmonument, beter tot z’n recht komt op de door hen voorgestelde locatie. Mojo Clinton is een rockband en dat is waarschijnlijk ook de enige verklaring waarom ze zich met deze steen bezig houden.
Nog zo’n idee waarvan ik denk ‘wat moei d’r met’, is het plaatsen van een muziekkoepel op het grasveldje tegenover het appartementencomplex. Best handig als mijn ouders die daar wonen volgend jaar 60 jaar getrouwd zijn en het regent pijpenstelen. De serenade van Crescendo kan dan

Kolere herrie

Vooruitgang houd je niet tegen. Hoeft ook niet, maar dat wil niet zeggen dat we er op vooruit gaan. Maaide mijn opa nog met de zeis, mijn vader met een handmaaier, ik doe het met een benzine maaier. Daarnaast heb ik nog een kettingzaag, een kloofmachine, een versnipperaar, een bladblazer en een elektrische heggenschaar, en het vervelende is, ik gebruik ze ook nog. Net als de buurman, die hetzelfde heeft en gebruikt. En zijn buurman, en mijn overbuurman en ook zijn buurman En altijd gebruiken die buurmannen het spul als ik even niets gebruik, behalve een maaltijd. Maar dat merkt buurman niet, die heeft al gegeten en gehoorbeschermers op.

Paosen.

Wat is’t een bedrievigheid in Slien hè, non’t zulk mooi weer is. Elk is in de tuun an’t krabben, of’t leven er van ofhangt. En non hielemaol vanzölf, met het Zudenveld in aantocht.
En waor ik zölf slim bliede um bin dat is dat er weer een echt Sliener gebouw veur oes Slieners beschikbaar komp. Ik bedoel natuurlijk de Deel. Ej weet wal, waor vrogger Gerriet Bussemaker in woonde, en waor later de bibliotheek en de VVV in zat. De leste jaoren hiette’t zo-in-iens het Mariushoes. Ik moet eerlijk bekennen da’k er in die tied nooit binnen west bin. Och, ik haar oet neischierigheid nog wal ies kieken wilt, maar dan mus ik allen hen binnen. Mien Geert hef an zulkse galerieën al hielmaol gien oardigheid. En als ’e die karstenboom daor in de hof zag die daor half van de

Een nieuwe lente, een nieuwe dag, een nieuw begin.

Vrijdagmorgen 20 maart, 7.00 uur, een irritant geluid wekt mij uit de slaap der rechtvaardigen. Met het gevoel alsof ik ben overreden door het treinstel van de Betuwelijn kijk ik naar mijn wekker. Tijd om me om te draaien en nog even te soezelen zoals ik dat noem. Soezelen is tijd rekken, nog even een poging wagen om je wederom te begeven naar dat land van de slaap, vergetelheid, de droom en wat al niet meer. Een vreemde neiging, temeer daar tijd dan een oprekbaar begrip lijkt. Een kwartier verandert met een beetje geluk in een eeuwigheid. Deze morgen lukt het niet. Mijn anders zo stalen conditie van het lichaam is

Ode aan de buurman

Een jaar geleden schreef ik:
Mijn auto wilde vanochtend niet starten. De accu had het begeven. Tja, wat doe je dan? Ik loop gewoon de straat in, op zoek naar behulpzame buurmannen. En al vrij snel vond ik er een. Ja, hij wou mij graag even helpen. Hij duwde de auto uit de garage, parkeerde zijn auto heel dicht bij die van mij en bevestigde de startkabels. Mijn auto vond dit nog niet voldoende aandacht, en deed dus niets. Tja, aanduwen dan maar. Ook de vrouw van de aardige buurman kwam erbij, maar al wat er gebeurde, de motor begon niet te lopen. Gelukkig zijn er nog meer behulpzame buurmannen, die ook nog alles zien. Er kwam er dus

Ratelgoot

Er zijn dorpen waar je je bij binnenkomst zo ongeveer te pletter rijdt op objecten, die daar op de weg zijn neergezet als snelheidsremmers. Levensgevaarlijke obstakels zijn het, die in veel gevallen twee meter na het bordje ‘50’ al zijn opgeworpen en vaak niet eens verlicht zijn en ook niet middels waarschuwingsborden ver daarvoor worden aangekondigd. In het donker zo’n situatie binnenrijden is levensgevaarlijk en kan dus onmogelijk bijdragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid in het bijzonder. Hoewel in het algemeen de snelheid er bij aanraking natuurlijk wel meteen uit is. Sleen kent deze obstakels niet. Als je vanaf Erm komt rijden, moet je wel afremmen om de bocht te halen. Kom je uit de richting Diphoorn,

Langs wegen en paden.

Heb ej ok al griep had met mekaar? Zölf bin ik er tot non toe gezegend ofkommen, maarja, ik heb de griepspuit had. Mien Geert niet. Die haar zulks niks in de reken. En vanweek hef ‘e ’t er an kregen. Hie hef drie dagen stief op bedde legen, maar non is ’t al weer wat beter, maar hie is nog zo nustig als wat. Kört veur de kont zeg maar. Hie kan niks verdragen en mak zuch um ‘t minste of geringste hellig.
Non hef ‘e vanmörgen ies even weer een endtie fietst. Even over Diphoorn, het Westerveld en de Broeken deur. Ik denk: Daor wordt ‘e vast beter van. Maar hie brieskerde’t oet doe ‘e thoes kwam. Zo kwaod. Ik zegge: Wat hej toch man. Hie zeg: “Ik arger mij kapot! D’r bint aal

Spelen en vallen

Naast columnist zijn voor Sleen.nu heb ik nog een paar andere functies die mijn tijd opslokken. Zo speel ik in een buitengewoon leuk bandje, speel ik een soort voorzitter van een betaald voetbal organisatie en speel ik af en toe voor tandarts.
Dat laatste doe ik het vaakst , en vind ik daarnaast ook nog steeds erg leuk. Maar niet altijd.
Zogenaamde dienst hebben vind ik nooit echt heel leuk. Wel noodzakelijk maar nooit echt leuk. En wanneer zo’n dienst dan gekoppeld is aan de eerste echte ijsdag sinds 12 jaar

In de supermarkt

Hij sluit zich aan bij de rij wachtenden voor hem. Onopvallend bekijkt hij de mensen en hun inkopen in de winkelwagentjes. Hij herkent opeens de rood groene verpakking van het wasmiddel bij de vrouw voor hem. In gedachten ziet hij hetzelfde pak, thuis op de plank naast de wasmachine staan. Hij heeft het verkeerde waspoeder uit het schap gepakt. Omruilen doet hij niet. Schuifelend zet de rij zich af en toe in beweging om na een paar passen weer te stoppen. Hij neemt het boodschappenbriefje nog maar eens door. Het is net een quiz!

2009 zonder kleerscheuren

Woordenwisseling in mijn hoofd, onderweg van Emmen naar Sleen. Mijn linker- en rechterhersenhelft hebben ruzie:

‘Je mag niet doorrijden, dat kun je niet maken.’
‘Jawel hoor, iemand anders kan het beter dan ik.’
'Maar misschien ziet een ander het niet, en dan gaat ie dood’
‘Maar ik durf niet, en ik weet ook niet hoe het moet.’

En ik rijd door, voorbij de plek des onheils, naar Erm. Even later keer ik toch de auto en rijd ik terug, parkeer bij de boerderij, gluur door de ramen, zoek een deur waar ik kan bellen of binnengaan, niets. De overburen dan? Zij weten er vast wel raad mee.

Rooklounge

Roken is niet gezond. Onderzoeken hebben dat ruimschoots aangetoond. Maar roken is wel lekker, dat hebben onderzoeken onder rokers aangetoond. En rustgevend, want al eeuwenlang is een roker geen onruststoker. Patat is lekker. Onderzoeken onder junkfood verslindende jongeren en Paul de Leeuw hebben dat aangetoond. Maar patat en aanverwante artikelen zoals: kroketten, frikadellen en schijven met een onduidelijke inhoud zijn niet gezond. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat je daar dik, vet en vadsig van wordt. Het kan leiden tot hart- en vaatziekten, een vette hekel aan bewegen en suikerziekte op jonge leeftijd.

Wereldsleed

Je hebt soms in de wereld zogenaamde niet leuke dingen. Je hebt onaangename zaken, erge dingen, ja, zelfs heel erge of verschrikkelijke dingen. Zaken waar je je verschrikkelijk druk over kunt maken of die je je verschrikkelijk aantrekt.
De eerste categorie is bijvoorbeeld een onwillig supermarktkarretje, of een lekke band op een regenachtige ruilverkavelingweg, waarbij je geen krik bij je hebt en de ANWB je niet kan vinden. Erge dingen zijn een onverkoopbaar huis, de aandelenkoersen, of patat willen halen als blijkt dat de cafetaria dicht is. Heel erge dingen zijn die omstandigheden waar je direct niets aan doen kan zoals wereldleed, aardbevingen, tsunami’s of stammenoorlogen met miljoenen vluchtelingen.

Snötteren

Verscheiden mensen zult er hiel aans over denken, maar ik hol wal van de maond november. Al die diepe kleuren van ’t ofstarvend blad, de geuren van ’t erpel- en bietenlaand, de overvloed an appels, de herinnering an vrogger doe wij in dizze maond altied een biest en een zwien slachtten…
Het ienige wat in dizze maond minder mooi is, dat is dat ik um dis tied altied een dag of wat barre verkollen bin en demp op de börst. Niet echt ziek, maar ok niks te fris. Gewoon snötterig zeg maar. Ik bin er non weer zun beetien of, maar non kregt mien Geert ’t te pakken. Die hef’t zölfde als ik, maar hie klag wal iens zo hard. Kerels bint ok zo kleinzerig hè.

Het Diphoorngevoel

Bestaat dat eigenlijk wel, zo’n gevoel? En, wat is dat dan wel ? Er moet dan toch ook een Sleengevoel, een Drenthegevoel en een ga-zo-maar-door-gevoel bestaan!?
Toch heb ik bijzondere gevoelens voor dit dorp waar ik nu alweer 33 jaar woon. Wat voor gevoelens dan?

Het is een beetje van alles. Het is er prettig wonen, de mensen zijn vriendelijk en voorkomend. Ze vragen ook regelmatig naar je doen en laten. Wonderlijk is altijd weer dat je er achter komt dat ze veel meer van je weten dan jezelf denkt.
Er wordt door onze buren op ons huis gelet als we er niet zijn.

En maar kijken naar de …. van het ……

Ze kent de weg. Is hier al eerder geweest. Dus gaat ze voorop. En ik volg. Ik zie niet zo veel. Ik moet me concentreren. Op het pad. En op Rita. Af en toe schiet er een deuntje door mijn hoofd: en maar kijken naar de kont van het paard, in een rijtuigie ……
Na een tijdje lukt het me wel, even heel snel om mee heen kijken. Hoe langer we fietsen, hoe vaker het lukt. Prachtig, die bossen rondom de Kibbelkoele. En wat is het een mooie route. Bomen vlak langs het paadje. Wat je soms amper een paadje kunt noemen. Toch weet Rita precies waar we langs moeten.