Oud papier GFT container
Print

Hunebedden

 

D50 is een fraai en vrij groot hunebed. De bijna complete ring van 24 grote kransstenen valt direct in het oog.Sommige zijn zelfs groter dan de draagstenen van het graf. Tot voor kort sierde een in het graf staande boom dit monument maar deze was half dood en moest helaas worden verwijderd. Het graf telt nog zeven (van de acht) dekstenen, die sinds een restauratie in sept. 1998 weer volledig door de zestien zij- en twee sluitstenen worden ondersteund. Ook is er nog een poortzijsteen aanwezig. De 3 ontbrekende zijn door prof. Van Giffen d.m.v. cementen afdrukken in de bodem (plombes) gemarkeerd. Lange tijd ontbraken voorzieningen voor het publiek op het royale terrein.

D51
In vergelijking met D50 ligt D51 er, 100 meter terug aan de andere kant van weg, nogal onttakeld bij. Ook hier zijn kennelijk keienrovers bezig geweest. Toch is het een vrij groot hunebed geweest met waarschijnlijk zeven dekstenen. Dat valt af te leiden uit de veertien zijstenen, waarvan er één ontbrekende met een plombe is gemarkeerd. De vier ontbrekende dekstenen veroorzaken een gapend gat in het midden van het graf. Er zijn nog drie poortzijstenen aanwezig, een plombe geeft de plaats van de vierde aan. 

D49 "De Papeloze Kerk"
Met dit hunebed als kansel hielden hervormde geestelijken o.l.v. Menso Alting in de 16e eeuw hun geheime hagepreken tegen het paapse gezag. Vandaar de bijzondere naam. Nu is dit steengraf het pronkstuk onder de hunebedden. Het werd in 1959 door prof. Van Giffen op de helft van de dekheuvel na, zo goed mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht en vormt als zodanig een educatieve en toeristische trekpleister. Bij de inventarisatie van 1918 trof hij dit hunebed "in droevige staat" aan. Van de zes dekstenen waren er nog maar twee over en deze waren in de kelder gegleden. Twee van de twaalf draagstenen waren manco evenals de vijf poortstenen en vrijwel alle kransstenen. Om een reconstructie mogelijk te maken moesten ontbrekende stenen van elders uit het Drentse land worden aangevoerd. Het toch al geruïneerde hunebed D33 werd hiervoor opgeofferd. Ofschoon zoiets een rechtgeaard archeoloog tegen de borst stuit, gaf Van Giffen zich onder druk van de omgeving en vanwege de educatieve waarde gewonnen. De openingen tussen de dek-, zij- en sluitstenen werden weer met stopstenen opgevuld. De toegangspoort, bestaande uit vier zijstenen en één deksteen werd gereconstrueerd, de vloer van de kelder met kinderhoofdjes geplaveid en met granietgruis geégaliseerd. Tenslotte werd het hunebed voor ruim de helft weer met een dekheuvel, bestaande uit zand en zoden, toegedekt. Aan de voet van de heuvel werd de niervormige krans van 28 staande randstenen in ere hersteld.