PMD container
Print

Nieuws

Het Dorpsgerucht 6, laatste hoofdstuk

Het Dorpsgerucht 6, laatste hoofdstuk
16 juni 2020
Een verhaal in Corona-tijd van, voor en door inwoners in Sleen. In gang gezet door Teun de Vries. "Ja, wat een mens al niet gaat zoeken in deze tijd, waarin heel veel even niet kan, niet mag. Wat leuks, iets waar anderen misschien ook plezier aan kunnen beleven. Hoe dan precies het idee van Het Dorpsgerucht ontstaat, geen idee eigenlijk." Het is een heel simpel idee: je begint met een verhaal en schrijft maximaal 5 regels. Dat stuur je via de mail naar een volgende dorpsgenoot met de vraag: vul 5 regels aan en stuur het naar iemand door. En zo ontstaat langzaam maar zeker een verhaal. Waar het over gaat, hoe lang het wordt? Geen idee, dat zal wel blijken! Lees hieronder het zesde hoofdstuk.

HET DORPSGERUCHT

Een verhaal in Corona-tijd voor en door inwoners van Sleen

Later, zo vertelden mensen, was kort na haar Geert in overall en op klompen op een drafje haar achterna gelopen. Nou, een drafje? Hij had in ieder geval merkbaar haast en  had in zijn rechterhand iets waar draadjes uit kwam. En een soort doosje in zijn linkerhand. Hij riep regelmatig “Henderkien, wacht” wat zij niet hoorde tussen de mensen die haar richting de Brink zagen lopen.

Henderkien keek links noch rechts. Zag wel dat mensen wat tegen haar zeiden of riepen, maar ze deed alsof ze het niet hoorde. Ze liet zich niet van de wijs brengen. Driftig stapte ze door, haar karbies onder de arm alsof ze een schat met zich mee droeg. Om haar heen leek het een geroezemoes van stemmen en geluiden. Ze had geen idee waar dat over ging en waar iedereen het over had. Voorwaarts ging het naar de Brink.

Op het bordes van “ons gemeentehuis” stond een tafel met een lessenaar. Klaar voor een grote toespraak. Wat gewillige handen leiden Henderkien naar die plek. De drie treden het bordes op waren een ware marteling. Er werd naar haar geroepen, aan haar getrokken en ze werd verblind door het flitslicht van de pers. Achter de lessenaar keek ze verschrikt naar het veld voor haar. Overal pers, dan inwoners uit het dorp en verder weg, als ze het goed zag, haar Geert in zijn overall die driftig stond te wenken. Er werden haar op dat moment vijf, zes microfoons toegestoken. En wat nooit gebeurd was, gebeurde nu: Henderkien viel volledig stil.

“Niks, Niks, Niks” riep ze. Wat anderen dachten dat het “test, test, test” was. Bij ieder woord wat ze riep dacht ze Geert te zien zwaaien, zeker was het niet. Voor haar was er een soort grote mist met lawaai als van de branding bij harde wind. Wat er gezegd werd, of aan haar werd gevraagd, ze had geen idee. Plots bedacht ze zich, greep in de karbies, haalde er een boek uit en riep “Dit is et, hier giet et over. Um negen ure vanavond, achter de brandweer”. Ze schoof tussen de journalisten door, reageerde op geen enkele vraag en ging richting waar ze Geert gezien had.

Geert greep haar bij de schouder. Foeterde “Stommeling, brille en geheurapperoat vergete’n”. Die ze aanpakte, op en in deed en alles helder zag en hoorde. Maar ja, te laat. De journalisten dropen al teleurgesteld af. Want er was niets te melden dachten ze. Of…. Het gerucht ging snel door het dorp: vanavond, negen uur, achter de brandweer.

Na de groentesoep met een snee brood zakt  Henderkien in de stoel in slaap en probeert Geert de dikke eik voor de deur om te zagen. De rust lijkt uiteindelijk in het dorp weer gekeerd. Lijkt, want er gonst nog steeds dat gerucht rond. Het échte dorpsgerucht. Het gaat van mond tot mond en via de mail, de app en facebook weet iedereen het binnen de kortste keren. Al de vreemde zaken, al de onrust:  vanavond om 9 uur komt de oplossing. Achter de brandweer.

Aan de rand van de bosschage zijn wat rode linten te zien. En op  het terrein zijn vakken gemaakt op een onderlinge afstand van anderhalve meter. Al met al wordt het wat passen en meten om iedereen die graag wil weten wat er aan de hand is, een plek te geven. Het hele dorp lijkt er wel te zijn. Alhoewel, soms wordt er iemand gemist. Maar ach.

De klok van de hoogste kerktoren in Drenthe slaat. In stilte lijkt iedereen het mee te tellen. Zeven .. acht …negen. Eerst niets, alleen stilte. Dan een zacht gezang. Het lijkt uit de struiken te komen, aan de rand van het grasveld. Maar er is verder niets te zien. Tot er een eerste herkenning komt.

Wie het als eerste goed hoort, geen idee, maar langzaam maar zeker gaat er een schok door de aanwezigen
.Er komt beweging in de struiken en er worden mensen zichtbaar in vreemdsoortige gewaden. Als een soort geesten bewegen zij zich naar het afzetlint. En het geluid neemt toe, wordt sterker. 
“Want hier is nou en doar is toen. Toen is doar en nou is hier.
An de overkant van het donkre water”.
De Toorn , de Toorn is terug, hoor je mensen zeggen. De Toorn van Thunaer.

Dan wordt het stil. Een harde klap van een deur. Ieder schrikt met de kennis van het Dorpsgerucht. Maar het is de grote deur in de brandweerkazerne.  Die gaat open, de harmonie komt het veld op en loopt naar rechts, naar de hoek van het veld. Zou het dan echt?
De dirigent heft zijn baton. Ik zie zijn hand dalen. En ….. de wekker loopt af.
Verdwaasd kijk ik rond. Geslapen midden op de middag. En wat een droom!

Klik hier voor hoofdstuk 5
Klik hier voor hoofdstuk 4
Klik hier om hoofdstuk 3 nog eens te lezen.
Klik hier voor hoofdstuk 2
Klik hier voor hoofdstuk 1

Naar archief