PMD container
Print

Nieuws

Het Dorpsgerucht

Het Dorpsgerucht
23 april 2020
Een verhaal in Corona tijd van, voor en door inwoners in Sleen. In gang gezet door Teun de Vries. Ja, wat een mens al niet gaat zoeken in deze tijd, waarin heel veel even niet kan, niet mag. Wat leuks, iets waar anderen misschien ook plezier aan kunnen beleven. Hoe dan precies het idee van Het Dorpsgerucht ontstaat, geen idee eigenlijk.

Het is een heel simpel idee: je begint met een verhaal en schrijft maximaal 5 regels. Dat stuur je via de mail naar een volgende dorpsgenoot met de vraag: vul 5 regels aan en stuur het naar iemand door. En zo ontstaat langzaam maar zeker een verhaal. Waar het over gaat, hoe lang het wordt? Geen idee, dat zal wel blijken. Het verhaal is inmiddels acht verschillende schrijvers gepasseerd. De eerste pagina is klaar. Dus tijd om iedereen in Sleen mee te laten lezen. Met onderaan de pagina de woorden: wordt vervolgd. Als pagina twee geschreven is krijgt u dat vervolg dus te lezen. Al de schrijvers/sters wensen ieder veel leesplezier met Het Dorpsgerucht.

Radio 5 heeft op donderdag 23 april aandacht besteed aan het Dorpsgerucht. Dit is te beluisteren via deze link

Lees hieronder het eerste hoofdstuk:

HET DORPSGERUCHT

Een verhaal in Corona tijd van, voor en door inwoners in Sleen

Hoofdstuk 1

Het is stil in het dorp. Ondanks het mooie weer hoor je niet het geluid van spelende kinderen. Ook zijn er weinig volwassenen op straat. Alleen rond de winkels zie je nog wat beweging van mensen, voor de rest is er rust. Toch gaat het gerucht snel van mond tot mond en weet binnen de kortste keren iedereen er van.

Niemand weet waar het begonnen is. Sommigen denken aan een of andere losse opmerking op Sleenweb. Anderen wijzen op de invloed van het 5G netwerk op het brein van de mensheid. Nuchtere types noemen het een verzinsel. Maar toch, het gerucht is hardnekkig, dus zal er ergens wel waarheid in schuilen, toch? Mijn buurman wist zeker, dat het bij de molen vandaan kwam. “Het is daar dus kennelijk aan komen waaien” veronderstelde ik. Maar desondanks kreeg ik kippenvel, toen ik het gerucht hoorde.

Misschien moeten we het aan het haantje van de kerktoren vragen. Die heeft alles immers gezien en gehoord? Hij zag mensen bij AH wel een heleboel boodschappen halen, waarbij met name de vele rollen toiletpapier opvielen. Maar ook gember en knoflook zijn flink ingeslagen, maar lusten we dat wel in Sleen? En meer mensen schijnen in Sleen wodka te drinken. Of zijn we in de ban van Russische trollen?

Een gerucht, of is het een complot, nog beter …een teken des tijds, van een boodschapper, een ongenode gast, een wandelaar, een podagrist, die op zijn voettocht door ons dorp, waarschuwt voor deze moderne tijd, de vooruitgang ten koste van alles. Heimwee naar de zandweg die onze dorpen met elkaar verbond. Het zijn toch geen gekken en dwazen, die denken dat ze hier de tijd stil kunnen zetten? Ondertussen zijn de vleermuizen, als nooit tevoren, weer uit hun winterverblijven, spouwmuren en donkere zolders gekropen en laten zich weer zien in de avondschemering, ook nabij de molen, in het licht van straatlantaarns.

Het kan zijn dat ik mij het verbeeld, maar het lijkt er op dat zelfs de vleermuizen meer afstand van elkaar houden dan voorheen. Als volleerde acrobaten vliegen ze streeploos op gepaste –en dus veilige- afstand door de lucht. Zou het gerucht ook op hen van invloed zijn? Het zal mij niet verbazen. Alles is momenteel zo onwezenlijk.

Had de buurman misschien een klap van de  molen gehad? Of was hij gebeten door een dolle vleermuis? Geruchten kunnen even gevaarlijk zijn als vreemde virussen. Je ziet ze niet, maar toch kun je er last van krijgen.

Zomaar een paar gezinnen uit Sleen 14 dagen vast in hun eigen huis? Zijn ze mensenschuw geworden? Kunnen we hen helpen door er toch heen te gaan? Helaas, ze doen de deur niet open, wat nu?

Gek, want wat er ook speelt, toch voel ik mij ‘onwezenlijk gelukkig’: het is lente geworden, de vlinders buitelen in de zon, ik zie hemelsblauwe luchten. Ik geniet, ondanks.

De buurvrouw kan ik niet knuffelen, het lieve mens. Nou ja, het leven zelf mag ik toch wel omarmen? Langzaam valt de avond in, de stilte wordt doorbroken.

Ik hoor de bel … toch even kijken.

Naar archief