Met het Noordeind De Boer Op
Afgelopen vrijdagavond organiseerden Wim Scholten en Gerrit Hegen voor inwoners van het Nooreind in Sleen ‘Met het Noordeind De Boer Op’. Doel was om de bewoners kennis te laten maken met drie agrarische bedrijven in hun woonomgeving: het akkerbouwbedrijf van de familie Scholten en de melkveebedrijven van de families Groothuis en Eising.
Twintig mensen deden mee aan deze avondexcursie.
Akkerbouwbedrijf Scholten
Wim heeft in de maatschap met zoon Mark een akkerbouwbedrijf van 40 ha. Ze werken in deeltijd op dit bedrijf. Wim liet zien welke gewassen hij teelt. Hij komt één keer in de vier jaar op hetzelfde perceel terug met hetzelfde gewas. Op het perceel achter de boerderij waar nu wintertarwe staat teelt hij volgend jaar suikerbieten, in 2028 aardappelen en in 2029 mais. Deze vruchtwisseling is ruimer dan pakweg 20 jaar geleden. Wim werkt samen met de familie Groothuis. Hij gebruikt hun land voor de aardappel- en bietenteelt en Groothuis heeft mais op het land van Wim. Groothuis levert de rundveemest voor de basisbemesting van de gewassen van Wim. In de gezamenlijkheid gaan ze voor bodemkwaliteit en voor weerbare gewassen. Het gaat allemaal op basis van vertrouwen en dat al meer dan 25 jaar!

Wim gebruikt naast de rundveemest ook kunstmest om voldoende opbrengst te halen. De laatste jaren wordt meer en meer bladbemesting toegepast, waarbij aan de hand van bladmonsters van het gewas bepaald wordt hoeveel van verschillende elementen aanvullend nodig zijn, een vorm van precisiebemesting dus. Voor onkruidbestrijding en gewasbescherming wordt zo nodig een bespuiting gegeven. Wim gaf een voorbeeld van onkruidbestrijding in tarwe; daar wordt 80 gram werkzame stof per ha gespoten, verdund met 250 liter water.

Gerrit liet nog een aantal andere gewassen uit de directe omgeving zien: koolzaad voor de zaaizaadwinning van het mooie geel gekleurde veld aan de Vijverbrinkenweg en de Bommertsweg en gerst-erwten en mais van percelen aan de Groningerweg. Gerst-erwten is een voedergewas dat in de loop van juli geoogst en ingekuild wordt. De (rijpe) erwten zijn trouwens ook geschikt voor menselijke consumptie. Wist je dat op het perceel koolzaadstroken mannelijke en vrouwelijke planten naast elkaar staan? De mannelijke planten zorgen voor bestuiving van de vrouwelijke planten, die vervolgens het zaad vormen. In de vroege zomer wordt het gewas geoogst.

In de pootaardappelen van akkerbouwer Ger Evenhuis uit Kibbelveen gaf Wim uitleg over de uitdagingen van die teelt. Eén keer in de vier jaar terug op hetzelfde perceel is gunstig voor de weerbaarheid van het gewas. Dat betekent: minder ziekten en minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Toch is de schimmelziekte phytophtora een bedreiging, met name in nattere jaren met een hoge luchtvochtigheid. Daar moet dan wel regelmatig een bespuiting uitgevoerd
worden met anti-schimmelmiddel. Verder wordt regelmatig een laagje olie op het blad van het aardappelgewas gespoten. Dit zorgt ervoor dat luizen het blad niet of minder aanprikken, waardoor de plant minder gevoelig is voor virusziekten. Naast de aardappelen staat een perceel suikerbieten. Wim gaf aan dat een hectare suikerbieten wel tot 35.000 kg CO2 kan opnemen en omzetten in suiker en zuurstof. Ter vergelijking: een hectare bos legt per jaar 10.000-12.000 kg CO2 vast.

Melkveebedrijf Groothuis
De familie Groothuis boert sinds 2009 op de locatie aan de Schaapstreek, midden op hun eigen grond. Ze hebben de stal zelf ontworpen met links het jongvee en de droge koeien en rechts de melkkoeien.

Ze melken 126 koeien en hebben bijbehorend jongvee en 68 ha grond. Ze leveren de melk aan Royal Friesland Campina. Henk en Gea begeleiden elk een groep over erf en stal. De jonge kalveren zitten de eerste 2 weken in eenlingboxen waar ze elkaar kunnen zien. Na twee weken komen ze in een strohok en worden ze gevoerd met een kalverdrinkautomaat die melkpoeder in de juiste verhouding aanmaakt en waar de kalveren vrij kunnen drinken. Vanaf 5 maanden oud gaan ze in éen groep naar achter in de stal en schuiven dan op gezette tijden als groep door naar voren.
Recent zijn de 17 jaar oude melkrobots vervangen door twee nieuwe. Door een betere aansluit- en melktechniek is er veel minder druk op de robots en is er meer rust in de stal. De koeien liggen in diepstrooiselboxen. Er is ook geïnvesteerd in ventilatoren. Zelfs met het warme weer met een hoge luchtvochtigheid van de laatste tijd is het stalklimaat aangenaam. Er wordt dagelijks een vers gemengd rantsoen gemaakt van graskuil, mais en een deel krachtvoer. Er is sinds kort een voeraanschuifrobot, die elke twee uur het voer voor de koeien aanschuift. De koeien hebben op die manier op elk moment van de dag voldoende voer beschikbaar. In de stal met melkrobots en vrije keuze voor de koeien is dat een belangrijk gegeven.
Met deze investeringen heeft de familie Groothuis ervoor gekozen om de koeien jaarrond binnen te houden. Het voordeel van een heel constant rantsoen in een goede stal met een optimaal klimaat weegt voor hen zwaarder dan de voordelen die er ontegenzeggelijk ook zijn met weidegang.

Melkveebedrijf Eising
De familie Eising boert sinds 2001 op deze locatie. Toen zijn de bedrijven van Eising, destijds in Holsloot, en Hilbrands, de ouders van Henriette, die hier tot die tijd boerden, samengevoegd. De familie Eising melkt 180 koeien en bijbehorend jongvee en heeft 100 ha grond in gebruik. Ze leveren de melk aan Royal A-ware en wel aan de Beter voor Koe, Natuur & Boer melkstroom van Albert Heijn. Dat vraagt een aantal aanpassingen. Zo moet alle grond bestaan uit grasland, is minstens 10% van het areaal kruidenrijk grasland en is weidegang een voorwaarde.
Sinds 2 jaar is de Boerderijwinkel Melk & Meer operationeel. Gerrit neemt de groep mee de weide in. Hij geeft uitleg bij een koeienvlaai die 4 dagen geleden in de weide is gedeponeerd. Opvallend zijn de gaten van insecten op de korst. Vliegen leggen eitjes en de larven boren zich door de korst. Schuif je de korst opzij, dan zie je heel veel mestkevers. Larven en kevers helpen de mest te verteren. Vanuit de bodem dringt het bodemleven, zoals regenwormen, in de koeienvlaai en trekt deeltjes mest mee de bodem in. In een aantal weken resteert er weinig meer van de koeienvlaai. Als het op deze manier verloopt is dat een teken dat de koeien bodemvriendelijke mest produceren: goed voor de bodem en vogels zijn er blij mee.

Vervolgens werd aan de hand van een profielput de bodemconditie beoordeeld. Daarbij wordt gekeken welk planten er groeien (gras, klaver en/of kruiden), hoe diep die wortelen, of de bodem geen storende lagen heeft, of kluiten goed verkruimelen en of er regenwormen en wormgaten zichtbaar zijn. Op de foto’s zie je de penwortel van de paardenbloem, een wortelknolletje van witte klaver en een flinke regenworm. Rode en witte klaver binden middels wortelknolletjesbacteriën stikstof uit de lucht dat door de plant zelf gebruikt wordt maar ook afgegeven wordt aan de graswortels. Zo hoeft er minder kunstmest gegeven te worden. Veel kruiden hebben een diepe beworteling en maken grasland minder droogtegevoelig. Voorbeelden zijn cichorei, smalle weegbree en duizendblad.



In de stal liet Gerrit het verband tussen het rantsoen en de kwaliteit van de mest zien. Het rantsoen moet zorgen dat koeien een goede pens- en darmgezondheid en weerstand tegen ziekten hebben en de voedingstoffen benutten voor de productie van gezonde melk met goede gehalten. En heel belangrijk: bodemvriendelijke mest. Het goede nieuws: de uitgezeefde mest bevat nauwelijks zetmeel en darmslijm en goed verteerde vezels. Kortom: mooie mest voor de bodem.
Als laatste gaf Henriette een mooie inkijk van Melk & Meer: de productie van eigen zuivel, aangevuld met andere streekeigen producten. Dagelijks wordt middels praktisch ingedeelde automaten een groot aantal klanten bediend. Zie www.melkenmeersleen.nl.

De plezierige avond werd afgesloten met een proeverij van karnemelk, roomboter en ijs en een nazit onder het genot van een drankje.
Foto's: Roelof Smeenge. Klik hier voor meer foto's.
Verslag: Gerrit Hegen