Van landbouwgrond naar levendige boerennatuur

Van landbouwgrond naar levendige boerennatuur

In het landelijke Sleen verandert een gedeelte van het gebied de Broeklanden in hoog tempo. Waar eerst vooral landbouwgrond lag, groeit nu een natuurgebied waar weidevogels steeds vaker een plek vinden. Grondeigenaren, verenigd in de beheergroep Broeklanden-Oosterhesselerlanden, werken hier hard aan.

Samen met adviseur Bert Dijkstra maken ze van dit stuk Drenthe een plek waar landbouw en natuur hand in hand gaan.

Een gebied met uitdagingen vraagt om een nieuwe aanpak
Het Drostendiep, de waterloop door de Broeklanden, moet een natuurlijkere loop krijgen. Dat is nodig om de waterkwaliteit te verbeteren en de natuur ruimte te geven. Dit hoort bij de Europese afspraken die zijn vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Een deel van de Broeklanden is aangewezen als belangrijk natuurgebied. Dat betekent dat hier extra aandacht is voor natuurherstel. Boeren in het gebied gaven aan regelmatig wateroverlast te ervaren, wat voor hen een doorn in het oog was. Zij wilden geen tijdelijke waterberging, maar een structurele oplossing. Al deze uitdagingen brachten landbouw, Natuurmonumenten, provincie Drenthe, Stichting het Drentse Landschap, Agrarische Natuur Drenthe, gemeente Coevorden en waterschap Vechtstromen bij elkaar. De manier waarop is uniek in Nederland. Samen werken zij aan een beekdal dat ruimte biedt aan landbouw, weidevogels en voldoende, veilig en schoon water. Een plek waar natuur en landbouw elkaar versterken. En waar mensen kunnen genieten van een mooi en levendig landschap.

Boeren nemen het heft in eigen hand
De boeren pakten zelf het initiatief. Ze maakten een plan en organiseerden een kavelruil met Natuurmonumenten en waterschap Vechtstromen. Vervolgens vormden ze een deel van hun grond om tot weidevogelnatuur. Nu beheren ze die natuur zelf. Zo kunnen ze samen met andere partijen het waterbeheer regelen. Wel is duidelijk afgesproken: de nieuwe waterhuishouding mag geen nadelige gevolgen hebben voor woningen en de omliggende landbouwpercelen.

Weidevogels vinden een nieuw thuis
Bij weidevogels denken veel mensen aan de “big five”: de kievit, grutto, tureluur, scholekster en slobeend. Maar in de Broeklanden is er ruimte voor meer soorten. Ook de watersnip, wulp, zomer- en wintertalingen, graspiepers, gele kwikstaart en veldleeuwerik zijn hier welkom. Door het toepassen van verschillende beheermethodes ontstaat een gevarieerd landschap. Zo wordt er niet alles tegelijk gemaaid. Soms wordt het maaien uitgesteld om nesten te ontzien. Ook wordt het waterpeil verhoogd en is er sprake van dieren die rustig grazen in het gebied. Zij krijgen geen extra voer of mest. Dat is goed voor de natuur. Al deze maatregelen maken het gebied aantrekkelijk voor diverse vogelsoorten.

Leren door te doen
Het afgelopen jaar hebben de grondeigenaren hard gewerkt aan het beheer van de Broeklanden. Zij maaiden later om nesten van vogels te beschermen. Dat deden ze niet alleen in het grasland, maar in het hele gebied waar jonge vogels leven. Soms hebben ze kort gras nodig, dan weer lang gras. Variatie is belangrijk. Ook het beheer van het waterpeil vraagt om aandacht. Het nat houden van de grond in droge periodes was een uitdaging. Maar door goed samen te werken, vonden de boeren een oplossing. Een van de grondeigenaren vertelt: “Je moet soms als boer even slikken als je hoort dat de kwartelkoning is gesignaleerd en dat je daardoor langer moet wachten met maaien. Maar als je hoort dat de kwartelkoning zeldzaam is, weet je ook waar je het voor doet.”

Een veelbelovende start
De resultaten van de vogeltellingen zijn hoopvol. Dit voorjaar werden er meer broedparen tureluur en grutto’s geteld dan vorig jaar. Ook was er een opvallend groot aantal graspiepers. Normaal zien we die vooral langs perceelranden, maar nu waren ze overal in de Broeklanden te vinden. Andere soorten, zoals de kuifeend, watersnip, veldleeuwerik en gele kwikstaart, lieten zich vaker zien. De verwachting is dat de watersnip volgend jaar nog verder in aantal toeneemt. Zelfs de zeldzame zomertaling liet zich zien. Deze vogel houdt van brede, ondiepe sloten. Volgend jaar besteden de boeren extra aandacht aan deze sloten, want ze groeien snel dicht. Ook de otterjongen bij het bruggetje van het fietspad zijn een mooi teken. Dit betekent dat het water schoon is en dat er voldoende visjes zijn.

Een gebied om trots op te zijn
De Broeklanden laten zien dat landbouw en natuur samen kunnen gaan. De grondeigenaren zijn trots op wat ze samen bereikt hebben. Een plek waar weidevogels zich welkom voelen, boeren kunnen doorgaan met hun werk en mensen kunnen genieten van een mooi en levendig landschap.

Watersnip broeklanden.png
Watersnip in de Broeklanden. Foto: Bert Dijkstra
Dit artikel is geschreven in samenwerking met de beheergroep Broeklanden-Oosterhesselerlanden. Zij zetten zich in voor een toekomstbestendig landschap waar natuur, landbouw en samengaan.

Kaderrichtlijn Water (KRW): samen werken aan schoon water
De KRW is de belangrijkste Europese richtlijn voor het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. De opdracht is dat al het water in Nederland weer een goed leefgebied moet zijn voor de planten en dieren die er thuishoren. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, industrie, landbouw, natuurorganisaties en burgers. Het waterschap werkt aan schoner water door de beken en rivieren in het gebied te herstellen. Bijvoorbeeld door natuurvriendelijke oevers en schaduwrijke plekken aan te leggen. En door te zorgen dat vissen langs obstakels zoals stuwen kunnen zwemmen. Bij het Drostendiep werken de betrokken partijen en inwoners van het gebied samen aan schoon water in uw buurt. 

Naar archief