E-fietsen

‘Zullen we dinsdag gaan fietsen in Nationaal Park Drentsche Aa?’ Het voorstel komt van mijn vrouw die het idee al jaren op haar verlanglijstje heeft staan, maar het was er nooit van gekomen. ‘Dan huren we fietsen In Rolde en stippelen vanaf daar een route uit aan de hand van nummers, die je op borden en paaltjes overal langs wegen en fietspaden schijnt tegen te komen.’ Een beetje boomer weet dat, voor ons was het een openbaring. Net als zij ken ik het gebied niet en omdat ze op die dag jarig is stem ik bij wijze van verjaardagscadeau in met het plan. Verjaardagscadeaus hoeven ten slotte niet altijd verwachtingsvol te worden uitgepakt. Twee e-fietsen voor 40 euro en een middag plezier voor twee, wat wil je nog meer?
Meestal fiets ik alleen. Dan kun je willekeurig je route kiezen en je eigen tempo bepalen. Je hoeft dus naar niemand om te kijken. Fietsen doe ik bovendien op een gewone fiets waarop je zelf moet trappen om vooruit te komen. Dat doe ik niet omdat ik geen e-fiets kan betalen, maar om mijn conditie een beetje op peil te houden. Inmiddels ben ik als ik zo fietsend om me heen kijk de enige die zich met dat doel op de weg begeeft, pseudo-wielrenners daargelaten natuurlijk. Het RIVM maakt zich daar grote zorgen over, las ik onlangs in de krant. Kinderen tussen 12 en 17 jaar ruilen massaal hun gewone fiets in voor een e-fiets. Daardoor leveren ze nauwelijks nog inspanning, want niet zijzelf maar de batterij doet het werk en dat heeft op termijn gevolgen voor hun fitheid en hun gezondheid, concludeert het RIVM. Over boomers gaat het in het RIVM-artikel niet, maar daarvoor  geldt natuurlijk hetzelfde. Gezien mijn leeftijd mag ik mij tot de boomers rekenen. Na een tocht van 45 km door het Nationaal Park had ik niet het idee dat ik die afstand had gefietst, maar dat ik vorstelijk door een fiets was rondgereden. Onderweg geen verhoogde hartslag en na afloop geen zware benen omdat die moeiteloos de pedalen in het rond draaiden. Alleen mijn kont deed zeer en ik heb stellig de indruk dat mijn conditie daarmee niet vooruit gegaan is. De jeugd zoekt het maar uit. Ze kunnen hun bewegingsarmoede compenseren door te gaan sporten, tenminste als hun smartphone dat toelaat. Voor boomers heb ik een ander idee. Ga twee keer per week een uurtje in de stad in een handgeschakelde auto stoplichtjerijden. Het verhoogt de hartslag en je beweegt ongetwijfeld intensiever.

Harm Jan Geugies

Naar archief