Columns archief 2022

Stik .... stof um over nao te denken.

Slien is van oorsprong een boerendarp. Trouwens, niet allèn Slien, maar de hiele umgeving is al ieuwenlang een gebied dat deur boeren inricht – en gebruukt is. Toen hier zun tiendoezend jaor leden de eerste pionierende boeren kwamen, was er allèn maar bos. Hiel Drenthe was ien groot bos. Prof.dr. Theo Spek, hoogleraar landschapsgeschiedenis an de R.U.G. hef dat oetgebreid underzöcht, under andere deur studies van pollen in verschillende grondlaogen.

Fijne vakantie

Dinsdag 21 juni 2022 alweer vandaag. Dat betekent dat het vandaag de langste dag is en dat de zon vandaag pas om 20.32 uur ondergaat. Nu hoor ik u bijna denken, goh da’s toch wel bijzonder dat die man dat zomaar uit het mouwtje van zijn T-shirtje schudt. Dat is natuurlijk niet zo, heb ik net gewoon even opgezocht. Het zonnetje schijnt weer lustig en ik bedacht me hoeveel uur we daar dus van kunnen genieten.

Had hij maar...

Soms is het lastig om een onderwerp te vinden voor een column. Zoveel gebeurt er niet in Sleen en wat er gebeurt, is niet zo maar geschikt om een column over te schrijven. Neem bijvoorbeeld de doorkomst van de Roparun op eerste pinksterdag georganiseerd door Sleen4live. Het verliep allemaal vlekkeloos; met een enthousiast publiek

Waorum Slien?

“Zul oes nei Börgenmister al in dat van Henderik Kien an de Vieverbrinken wonen?” vruug Geert mij kös.
“Nou, dat dunkt mij wal”, kun ik hum melden, “want het zöt er weer bewoond oet en er braandt ’s aovends ok weer locht.”
“Het eerste wat ik dee as ik hum was” opperde Geert, “Is die hoge heeg rond zien hoes umzagen.

Lintje

Nietsvermoedend toog ik tegen half twaalf in de ochtend van dinsdag de 26ste april met manlief naar Zaal Wielens in Noord-Sleen om de details van een feestje te bespreken. Ik schrok me wezenloos toen ik de zaal binnenliep. Er was al een feestje gaande, de zaal zat vol…
Toen ik beter keek, zag ik vele mensen die me dierbaar zijn en liep de burgemeester met zijn ambtsketen en een grote oranje corsage op me af.

Twaalf slagen van de klok

We leven in een rare wereld zei mijn schoonmoeder vroeger. Vroeger was in dit geval de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ik denk aan die woorden en hoor de twaalf slagen van de klok.

Twaalf slagen van de klok. Acht zinnen en acht keer dezelfde reactie. Daarna de stilte.

Ik fiets door het dorp en zie op verschillende plekken vlaggen van blauw en geel.



Twaalf slagen van de klok. Acht zinnen en acht keer dezelfde reactie. Daarna de stilte.

Gewoon Doorgaan

Trouwe lezers van mijn columns zal het misschien opgevallen zijn dat ik de vorige keer verstek heb moeten laten gaan. En niet zonder reden.
Zomer 2021, ik zat te blaffen als een langharige teckel met kennelhoest. Zelfs na meerdere antibiotica kuurtjes liet die hoestende teckel in mij van zich horen. Half december afgelopen jaar heb ik dan toch maar een röntgenfoto laten maken.

Dagbesteding

Hoe was het ook al weer? We hadden wel instructies gehad, maar dat was al weer vier maanden geleden. Door corona waren er geen uitstapjes en dus was het geen routine geworden. Goed, eerst het raamwerk met gaas tegen marters onder de bus vandaan halen. Dan het stekkertje van de acculader los maken en het snoertje achter de klep van de vulpijp frommelen.

Gemienteraod

“Waor stemt wij op bij de gemienteraodsverkiezings” vruug Geert kös, terwiel e achter de computer allerlei portretten teveurschien toverde van kandidaten. Ja, daor vraog ij mij wat. Waor moew toch ies weer op stemmen?
“Dat lig er an waj wilt dat de raod veur mekaar kreg” opperde ik. “Lees ies wat ze almaol in’t zin hebt” De leesbril kwam er bij op en daornao bleef ’t een hiele zet stil.

Leefbaar (platte)land

Opeens was er een trendbreuk. De Drentse dorpen groeiden. Het thuiswerken bleek door de hoge brandstofprijzen en door corona een prima optie. Lange tijd werd geklaagd over krimp met doemscenario’s van uitgestorven, verpauperde en vervallen dorpen. Ondertussen is niet ‘krimp’ meer het thema, maar ‘leefbaarheid’.

Tijd

We zijn de tijd kwijt. Is u dat al opgevallen? Helemaal kwijt en het is al een poosje gaande. We kennen natuurlijk wel dat gezegde: Waar blijft de Tijd! Nou, dat is nu duidelijk, de tijd is er niet meer. Sinds wanneer dit zo is weet ik niet, maar zondagmiddag werd het duidelijk. Ik kreeg er zelfs een foto van toegestuurd. De foto van de tijd die weg is.

Klein tikje

In Slien woar ‘k sind geboren
Doar stiet hiel vast en stark
De oale Sliener toren
Veur d’oale Sliener kark
Dit zijn de eerste vier regels van het Slener volkslied. Ze zijn ooit in mijn hoofd terecht gekomen en daar blijven hangen. Verder ken ik de tekst niet. Dat was ook niet nodig voor het stukje dat we ooit van plan waren op te voeren op de bruiloft van een broer, zus, neef of nicht.

Geert in quarantaine

“Wat zal mij gebeuren” ruup Geert op twie januari, met de biljartkeu under de arm, op weg hen zien biljartmaoten. “Wij bint twie maol vaccineerd en vittien dagen leden ok al boosterd. Ik heb ’t niks in de reken met die coronabesmettings.”
En of ik nou al veurzichtig opperde dat zie wal met twaalf man waren in dat biljartkamertie van Albert, en dat dat eigenlijk acht man te veul was, Geert wuifde ’t vrolijk vort

Zonnewende

“Wij gaot de goeie tied weer in de muut”. Ik hoor het schoonmoeder weer zeggen, net als elk jaar na de kortste dag. ‘De goeie tied’. Alsof er in het ritme van de seizoenen ook een ‘slechte tied’ is. Alsof de snijdende wind, ijzige kou en waterige mist geen mooie keerzijde kennen van knusse houtkachels, kelders vol oogst, brandende kaarsen, rozige wangen en warme wijn.