Columns archief 2022

Gemienteraod

“Waor stemt wij op bij de gemienteraodsverkiezings” vruug Geert kös, terwiel e achter de computer allerlei portretten teveurschien toverde van kandidaten. Ja, daor vraog ij mij wat. Waor moew toch ies weer op stemmen?
“Dat lig er an waj wilt dat de raod veur mekaar kreg” opperde ik. “Lees ies wat ze almaol in’t zin hebt” De leesbril kwam er bij op en daornao bleef ’t een hiele zet stil.

Leefbaar (platte)land

Opeens was er een trendbreuk. De Drentse dorpen groeiden. Het thuiswerken bleek door de hoge brandstofprijzen en door corona een prima optie. Lange tijd werd geklaagd over krimp met doemscenario’s van uitgestorven, verpauperde en vervallen dorpen. Ondertussen is niet ‘krimp’ meer het thema, maar ‘leefbaarheid’.

Tijd

We zijn de tijd kwijt. Is u dat al opgevallen? Helemaal kwijt en het is al een poosje gaande. We kennen natuurlijk wel dat gezegde: Waar blijft de Tijd! Nou, dat is nu duidelijk, de tijd is er niet meer. Sinds wanneer dit zo is weet ik niet, maar zondagmiddag werd het duidelijk. Ik kreeg er zelfs een foto van toegestuurd. De foto van de tijd die weg is.

Klein tikje

In Slien woar ‘k sind geboren
Doar stiet hiel vast en stark
De oale Sliener toren
Veur d’oale Sliener kark
Dit zijn de eerste vier regels van het Slener volkslied. Ze zijn ooit in mijn hoofd terecht gekomen en daar blijven hangen. Verder ken ik de tekst niet. Dat was ook niet nodig voor het stukje dat we ooit van plan waren op te voeren op de bruiloft van een broer, zus, neef of nicht.

Geert in quarantaine

“Wat zal mij gebeuren” ruup Geert op twie januari, met de biljartkeu under de arm, op weg hen zien biljartmaoten. “Wij bint twie maol vaccineerd en vittien dagen leden ok al boosterd. Ik heb ’t niks in de reken met die coronabesmettings.”
En of ik nou al veurzichtig opperde dat zie wal met twaalf man waren in dat biljartkamertie van Albert, en dat dat eigenlijk acht man te veul was, Geert wuifde ’t vrolijk vort

Zonnewende

“Wij gaot de goeie tied weer in de muut”. Ik hoor het schoonmoeder weer zeggen, net als elk jaar na de kortste dag. ‘De goeie tied’. Alsof er in het ritme van de seizoenen ook een ‘slechte tied’ is. Alsof de snijdende wind, ijzige kou en waterige mist geen mooie keerzijde kennen van knusse houtkachels, kelders vol oogst, brandende kaarsen, rozige wangen en warme wijn.