AT-05-55

Er zijn dingen die onuitwisbaar op je harde schijf staan gebrand. AT-05-55 en JZ-08-12 zijn van die dingen. Het zijn de kentekens van een Ford Anglia-bestel en een Ford Zephyr. Auto’s van het bouwbedrijf waarover mijn opa destijds de scepter zwaaide. Eind jaren vijftig was het. Veel verkeer was er nog niet. Ook geen rondweg. Alles ging door het dorp. We spaarden suikerzakjes en sigarenbandjes en mijn broer, die nu de scepter zwaait over het bouwbedrijf, en ik hadden schriften vol met ‘nummerborden’ van auto’s. Waarom we het deden weet ik niet, maar op gezette tijden gingen we met onze schriften voor het huis aan de Bannerschultestraat zitten en noteerden van elke auto die bij ons door de straat reed het kenteken. Als er speedway was in Veenoord hadden we een topdag. Ik zie ons daar nog zitten in onze korte Terlenka-broekjes en witte overhemden, want de speedway was altijd in de zomer en altijd op een zondag.

’s Zondags gingen we ook naar de kerk, zoals veel Sleners in die tijd. Aanvankelijk lopend met het hele gezin, later toen we wat ouder waren individueel en op de fiets. Onze kerk stond toen aan de Koepen, naast het pand waar tegenwoordig het verzekeringskantoor van Wim Schonewille is gehuisvest. De snelste weg van ons huis er naar toe was via de Menso Altingstraat. Veel mensen zullen het niet weten, maar van de Menso Altingstraat liep een smal klinkerpaadje, langs de boerderij van Jansen waar nu dierenarts Hegen woont, naar de achterdeur van de kerk. Klokslag tien uur gooide ik daar meestal de fiets tegen een boom, om via die achterdeur de trap naar het balkon te nemen. Op hetzelfde moment beklom de dominee voor in de kerk meestal het trapje naar de preekstoel en omdat dat trapje aanmerkelijk minder treden telde, was hij altijd net iets eerder op z’n plek dan ik. Maar goed, daar wou ik het verder niet over hebben. Het gaat mij om dat paadje. Dat paadje ligt er nog steeds. Een paadje van authentieke Waaltjes. Geen gemalen schelpen, maar stenen, zoals dat hoort in een Drents dorp. Dat paadje is stilzwijgend geannexeerd door de aanwonenden, die er gras over hebben laten groeien. Een stukje Slener historie zo maar weggemoffeld onder de zoden.

Ik vraag me af of de Stichting Streekeigen Sleen hiervan op de hoogte is en zo ja, dan is er reden genoeg voor het bestuur, lijkt mij, om op een vrije zaterdagmiddag met z’n allen het gras eens tussen de stenen weg te krabben.

Harm Jan Geugies.

Naar archief