Stilte

Het is stil, ik zit en denk wat. Eigenlijk voelt het best als héél stil. Wat ook de bedoeling is, zitten, stil zijn, denken. Nou, denken? De stilte ervaren is even de bedoeling.

Als nu daar waar de bommen vallen eens hier zou zijn, denk ik in de stilte. Of als ik niet zo veel geluk gehad zou hebben. Niet hier woonde maar daar.

Ach ja, oordelen is zo eenvoudig. Maar stel, de landen in het Midden Oosten zijn het niet met ons eens. En in plaats van de olie sturen ze ons bommen. Want ze vinden niet goed wat de regering doet. Als gewone inwoner van Sleen zou ik, lijkt mij, niet begrijpen waarom er bommen vallen. Ik kan me niet voorstellen hoe groot de paniek en de chaos is in ons dorp. De angst voor de toekomst, de angst om onder een tapijt van bommen dood te gaan.

Een groep inwoners van Sleen houden zich bezig wat we moeten doen als er 72 uur geen stroom is. We weten uit de oorlog in Oekraïne dat de energievoorziening een gewild doel is voor bommen. Wat ik nooit geweten heb: als er heel lang, meerdere dagen, de stroom uitvalt, dan gaan bijvoorbeeld de koeien dood. Ze kunnen niet worden gemolken, dat is het probleem. Maar ook de gassen uit de koeling van onze lokale supermarkt veroorzaakt dat niemand daar naar binnen kan. Die gassen zijn dodelijk. Voedsel dichtbij maar niet bereikbaar.

Het is stil, ik zit en denk wat. Gedachten passeren. Hoe is het daar, hoe zou zoiets hier zijn?

De stad Coventry in Engeland werd in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd. Veel doden en gewonden en de kathedraal werd verwoest. De stad Dresden werd ook gebombardeerd, veel doden en gewonden. De Frauenkirche lag in puin. In de stad Coventry vonden ze grote spijkers van de kathedraal. Daar maakten ze een kruis van, meerdere kruizen.  Zo’n kruis werd geschonken aan de Frauenkirche in Dresden. Hier en daar, Coventry en Dresden, kwamen samen. Hoe verschillend ook de oorzaak, ze gaven elkaar de hand, smeedden een kruis, hingen dat in hun kerk. Verbondenheid door bommen van vijandschap

Het is stil, ik zit en ik denk wat. Als daar hier zou zijn? Het is eenvoudig oordelen. Oordelen over landen, over culturen, over mensen. Wij zitten “aan de goede kant” en hebben eigenlijk nergens last van. Oh ja, van de benzineprijzen die stijgen, er komen misschien meer mensen die “gelukzoekers” genoemd worden. Maar als ik zelf zou moeten vluchten. Als daar hier zou zijn? Zou ik dan “gelukzoeker” worden?

Stel je voor, denk ik in stilte, dat ons geluk iets minder groot zou zijn. Dat bommen hier zouden vallen. Op onze huizen, onze scholen, die mooie Dorpskerk.

Het is vrijdagmiddag 12 uur. De eerste vrijdag van de maand. Als de klok van de kerk twaalf keer heeft geslagen zijn we stil. Een klein groepje mensen. We zitten, we denken wat en er wordt een kaars aan gestoken. Er worden enkele woorden gesproken, er is wat muziek. Een kwartier ongeveer, dan is het voorbij, net als op meer dan 200 plaatsen in de wereld.

Het is stil, ik zit en denk wat. Eigenlijk voelt het best als heel stil. Wat ook de bedoeling is, zitten, stil zijn, denken. Op de eerste vrijdag van de maand om 12 uur in die prachtige kerk, onze dorpskerk. We mogen dat, nog steeds, in vrijheid doen.

Stilte.

Teun de Vries

Naar archief