Nog lang geen Pasen
Ik kijk net op mijn telefoontje, zie ik een berichtje van dochterlief. Het is van de jongste dochter die in Grunniger stad woont. “Hola! Wat gaan we doen met Pasen?”. Vrouwlief “Nou jij bent er vroeg bij!”. Oudste dochter “Nou toevallig dacht ik er vanochtend aan!”.
Tja, tis wel erg vroeg. Het is nog niet eens lente. Maar ja, dit soort zaken moet je vroeg genoeg regelen. In onze familie vieren we Pasen al sinds jaar en dag met een uitgebreide paasbrunch. En als het weer het toe laat het liefst gevolgd met een glaasje op het terras. Natuurlijk is er vooraf eieren zoeken voor de kindertjes. En die worden volgens overlevering gebracht door de paashaas. Toch een heel vreemd verhaal eigenlijk. Dat een haas eieren komt brengen. De meest genuttigde eieren komen uit een kippenkontje en niet uit het behaarde achterste van een haas. Nou ja, eieren komen natuurlijk niet uit een kontje maar het is hier niet de juiste plaats om dat precies uit te leggen. Verder doemt natuurlijk ook de vraag op wie er nu het eerste was, de kip of de haas.
Ik zit dan zo in elkaar dat ik moet opzoeken hoe dit verhaal is ontstaan. Uiteindelijk kom ik terecht bij de oude bebaarde Germaan. Deze oer noorderling geloofde volgens de overlevering in de vruchtbaarheidsgodin “Eastra”. Er wordt gezegd dat zij vaak verscheen in de vorm van een haas. Vooral als het lente was en het paarseizoen begon. In het Engels heet Pasen nog steeds “Easter”, een verbastering van Eastra. Ook schijnt er in die tijd een ritueel te zijn geweest waarbij eieren in de grond werden begraven. Op die manier zou het ei nieuw leven aan de aarde geven.
Nou leg dat maar eens uit aan kleine koters die met een blij gemoed eieren zoeken. Ja Pietje, vroeger lieten we de eitjes lekker rotten in de grond. Kon je ze lekker niet vinden. En als je er wel één had gevonden dan rook en smaakte die naar rotte eieren. Dat van die haas is misschien nog wel erger om uit te leggen. Oké, hum, ja Jannie, die paashaas is ontstaan omdat er een tovenares, “Eastra” genaamd, was. Zij vond het leuk om zich te veranderen in een blije grote haas. Jazeker, dat was rond dit jaargetijde. En dan huppelde ze hitsig achter de jongetjes haasjes aan. Dat zijn wel even schokkende verhaaltjes voor het breekbare kinderzieltje.
Toen ik zelf nog zo’n breekbaar kinderzieltje bezat moest ik rond Pasen altijd, met tranen in de oogjes, denken aan het kinderliedje die we hadden geleerd. Dat ging dan over twee parmantige haasjes in een groen, groen knollen, knollenland. Waar ze vrolijk muziek maakten. De ene blies op zijn fluite fluite fluit. En misschien kent u het nog wel, de ander sloeg op zijn trommel. En helaas, toen kwam er een jager, jagerman en die heeft er één geschoten. Nou ja, en toen had het die ander verdroten. Gek woord maar dat overblijvende haasje, ik denk die met zijn fluit, had er dus enorm veel verdriet van.
Wel wat vroeg maar ik wens u nu alvast een prettig Pasen toe!
Martin F. Kramer