|
De gebroeders Lalkens

Vooraf
Dit keer de gebroeders Lalkens in de spotlight. Over hun passie, motortrial, al breeduit gemeten in alle plaatselijke kranten en daarbuiten; in de Sleense rubriek ‘talentvol’ mogen zij niet ontbreken!
Ik ontvang hen op een namiddag; met een praatje over huis, tuin en orchideeën is de toon direct gezet. Bijna vergeten waarom zij hier ook alweer zijn.
Wel even spannend hoe een gesprek met twee getalenteerden, die elkaars concurrent zijn, zal verlopen…vlekkeloos. De broers delen veel ervaring en visie. Zij hebben natuurlijk ook hun eigen verhaal, maar vullen elkaar aan, de balans is goed.
Ewoud (23) en Gijsbert (21) Lalkens zijn de jongste twee van drie zonen van Geert en Ria. Broer Roderik (‘gewoon met een k, de minst luxe vorm’) is de oudste en bemoeit zich met een andere sport: zweefvliegen. In die lijn heeft hij de pilotenopleiding van de KLM gevolgd en enkele jaren geleden afgerond. Ewoud is inmiddels gediplomeerd podotherapeut en werkt als zodanig twee dagen per week, Gijsbert volgt dezelfde opleiding. Een parttime baan is ook waar hij aan denkt. De overige dagen van de week worden gevuld met ander werk: zich verbeteren in de trialsport.
Van fiets tot motor
Motortrial, niet een doorsnee sport. De eerste vraag die zich opdringt is hoe het zo gekomen is. Er zit een trialbaan om de hoek (Trialclub Zuidoost-Drenthe in Diphoorn, de enige in Noord-Nederland), maar toch: wat bracht hen daar? Niet alle jongens uit Sleen weten die te vinden, sterker: velen weten niet eens dat de baan er is.
Ewoud en Gijsbert hebben de trialsport niet van-huis-uit meegekregen. Pa Geert is van nature een voetballer. Hij is inmiddels voorzitter van de trialclub, maar heeft nog nooit op een motor gezeten en dat kan maar beter zo blijven, aldus de jongens. Gijsbert is ervan overtuigd dat-ie van de melkboer is…
Het talent misschien van hun moeder? Nee, ma Ria (tijdelijk penningmeester) is ook niet erg getalenteerd zo bleek eens bij een motor-poging in de achtertuin.
Vriendje Eddy Kiers wist wel de weg naar de trialbaan en nam de broers op zaterdagmiddag geregeld mee. Ewoud en Gijsbert startten met het ombouwen van een fiets tot crosser, nu zo’n elf jaar geleden. Die moest worden uitgeprobeerd op de trialbaan, bijna het verlengde van hun achtertuin. Dagelijks waren zij er te vinden. Voor wie nog nooit een kijkje genomen heeft in Diphoorn: een heuvelachtig terrein, met afgedankte bouwmaterialen om het parcours lastig te maken.
In januari 1999 besloten de jongens samen lid te worden van de club, die inmiddels zo’n 100 leden kent (waarvan ongeveer 20 jeugdleden). Als echte leden kochten zij een echte fiets, gezien de prijs (tegenwoordig kost een trialfiets al snel 1000 tot 1500 euro) 1 voor hen samen.
Aanvankelijk werd het fietsen gecombineerd met voetbal, maar al snel kreeg trial de exclusieve aandacht. Wedstrijden werden gereden, ook in het buitenland. Die stap was niet heel groot, omdat Nederland weinig fietsers kende. De jongens weken uit naar Duitsland, naar fietstrialclub Stadtlohn.
Beide jongens hebben zich drie jaar gericht op het fietsen, waarvan Ewoud het laatste jaar combineerde met motorrijden. Gijsbert volgde daarin een jaar later. 
Dat Nederland in fietstrial weinig concurrentie kende en voor interessante wedstrijden moest worden uitgeweken naar het buitenland werd de belangrijkste reden om de fiets in te ruilen voor een motor. In motortrial was en is de concurrentie veel groter en zijn er wedstrijden binnen handbereik.
Training
Met de stap naar het motorrijden nam de frequentie van het trainen af. Waar met de fiets gemakkelijk op de trappetjes van het schoolplein kon worden geoefend, kon dat met de motor (zonder kenteken, zonder verzekering en zonder zadel) alleen legaal op de baan. Lange tijd waren pa en ma nodig om hen met motor daar te brengen.
Balans- en sprongtechnieken beheersten de jongens al door de fietservaring, waardoor er een voorsprong was op andere startende motorrijders. Het verbeteren van rijtechniek bleef en blijft aandacht verdienen: balans, sturen en omzetten (het verzetten van voor- en achterwiel, red.). Naast training op de baan is conditietraining van groot belang: hardlopen, krachttrainen, mountainbiken, om maar iets te noemen. De broers trainen een flink aantal dagen per week. Dat conditietraining zo’n belangrijke plaats moet innemen wordt ons duidelijk wanneer we horen hoe een wedstrijd is opgebouwd.
Per wedstrijd zijn er tien verschillende parcours, die allemaal vier maal gereden moeten worden. Een parcours (een ‘non-stop’) duurt zo’n anderhalve minuut. Overtredingen (voet aan de grond, vallen, achteruit rijden) geven strafpunten. Doel is, zo min mogelijk punten te behalen. Grote concentratie is vereist, omdat er geen herkansing is!
Omdat de coureurs om beurten rijden, moet er op elkaar gewacht worden. Daarmee neemt een wedstrijd in totaal zo’n zes uur in beslag. Wat het zwaar maakt, is dat de concentratie behouden moet blijven, ‘dat vreet energie’. Trial is niet alleen daardoor mentaal een zware sport, maar ook omdat steeds gezien wordt wat de anderen doen, hoe de concurrenten presteren. Eigen stemming en vertrouwen kunnen gemakkelijk beïnvloed worden daardoor, frustraties zijn niet ondenkbaar. Vooral Gijsbert geeft aan het mentaal soms moeilijk te hebben; broer Ewoud kan de concentratie meestal beter behouden. Steeds meer wordt geleerd te letten op de eigen kwaliteit per ronde. Los van anderen en tussenstanden, ‘gewoon rijden’.
Wedstrijden
Begonnen werd met clubwedstrijden, daarna kwamen voor de jongens al snel wedstrijden op regionaal niveau en deelname aan de wintercompetitie, in Nunspeet. Daar bestaat de baan vooral uit zand, waardoor bij regen het water gemakkelijk wegzakt. Bijvoorbeeld in Diphoorn, waar de grond uit leem/klei bestaat, is de baan bij regen glad en modderig. In principe loopt het seizoen van maart tot oktober.
In de trialsport bestaan verschillende klassen: D t/m A, waarbij A de hoogste klasse is. Bij de Nederlandse kampioenschappen jeugd t/m 18 jaar was de beste prestatie van Ewoud 4de en 2de in klasse B. Gijsbert werd 1ste in klasse C en schopte het tot jeugdkampioen in 2004.
Bij de senioren bestaan dezelfde klassen, en zelfs een A-plus. Daarin rijden de jongens inmiddels beiden sinds een aantal jaren. Zij maken daarin een goede ontwikkeling door, die zich laat zien in een steeds beter resultaat.
Op dit moment zijn vooral de Open Nederlandse Kampioenschappen (ONK) spannend. Bij de ONK wordt de wedstrijd verdeeld over acht dagen, waarvan er zeven moeten worden gereden. De beste coureur van het totaal krijgt de titel. Er zijn ongeveer acht banen in Nederland die de wedstrijden mogen organiseren.
Ewoud is de laatste twee jaar als 2de geëindigd en staat op dit moment, in 2009, bovenaan. Gijsbert blijft daarbij iets achter, ook door zijn blessure vorig jaar. Trial is een blessuregevoelige sport, Gijsbert is een periode uitgeschakeld geweest door een gebroken pink en pols in april 2008. Bij de ONK neemt hij momenteel de 3de plaats in.
Voor Ewoud is de hoop gevestigd op het kampioenschap dit jaar. Daarvoor moeten nog twee wedstrijden worden gereden: op 27 september in Rotterdam en op 23/24 oktober in Nunspeet.
Ewoud heeft de laatste jaren ook meegedaan aan de EK (reizen naar Ierland, Zweden, Portugal, Italië) en aan de WK t/m 23 jaar (reizen naar de USA en Japan). Van die kampioenschappen worden niet alle wedstrijden gereden. Aan elke reis hangt een prijskaartje, het is niet haalbaar aan alles mee te doen. Bovendien gaat het voor Ewoud niet om de plaats in het klassement, internationaal is de concurrentie groot! Het niveau van de rijders is extreem hoog. Het buitenland heeft professionals, rijders die leven van de sport. Het gaat Ewoud vooral om de leerervaring. ‘Echt een andere dimensie’… ‘zo, nu heb ik echt iets gepresteerd’. Het grote verschil met de wedstrijden in Nederland wordt gemaakt door de omstandigheden. ‘In Nederland missen we de bergen’. Steile en lange hellingen, rotsen die er van nature zijn. Internationaal komen de Nederlandse rijders niet mee door minder ervaring met dit soort parcours. In Nederland moeten de banen gemaakt en af en toe verbouwd worden. In Diphoorn wordt gebruik gemaakt van oude materialen: stenen, zand, betonbrokken, boomstammen, rioleringsbuizen; bouwbedrijven leveren wel.
Ten slotte
Niet alleen de trainingen en wedstrijden, ook het schoonmaken, onderhouden en repareren van de motoren (na elke training en wedstrijd!) kosten veel tijd en geld. De Stichting Vakopleiding Metaal Emmen (SVME) helpt het meest: daar wordt alles gelast wat gelast moet worden. In ruil daarvoor maken de broers reclame voor de stichting, met een sticker op de motor. Verder moet de off road shop Oerlemans als sponsor worden genoemd. Maar…pa en ma Lalkens zijn wel de hoofdsponsor!
Binnen het gezin heeft de motorsport in praktijk of in elk geval in gesprek wel dagelijks de aandacht. Hoewel Ewoud en Gijsbert inmiddels beiden een eigen stek hebben, zijn zij nog regelmatig thuis bij Geert en Ria, zoals zij hun ouders noemen. Op veel reizen, ook internationaal, gaat ten minste een van hen mee. Van Geert hebben de jongens zelfs het gevoel dat hij enthousiaster is dan zij zelf.. Pa en ma spelen dus een belangrijke rol in het geheel: als sponsor, als bestuursleden van de club, maar bovenal als grootste fans.
Klik hier voor meer foto's.
Tekst: Simone Hoelen
Foto's: Guido Hansman
Archief
|