|
Portret van Trijnie Krol- van der Belt Menigeen in onze omgeving heeft werk van Trijnie (Zuidwolde 1951) kunnen bewonderen, op verschillende markten in Sleen en omgeving of zoals onlangs nog in de Schoel. Geboren (1951) en getogen in Zuidwolde, kwam de kleine maar o zo actieve mevrouw Krol in 1975 met echtgenoot Jan en kinderen in Sleen wonen. Schilderen was er overigens totaal niet bij, dat kwam jaren later. In 1985 werd bij een nog jonge Trijnie de ziekte van Parkinson geconstateerd, wat de nodige impact had en heeft op haar en haar gezin. In 1989 opperde een vriendin, die volgens zeggen nogal actief was in het “alternatieve circuit” het idee, van “jij moet iets met kleuren ga Ze ging enthousiast aan het mengen met de verschillende kleuren en algauw kwam de acrylverf en gouache er ook aan te pas. Op het AKE (Amateur Kunstenaars Emmen) probeerde ze zich o.a. de gouachetechniek meester te maken, maar lessen in de schilderkunst waren niet echt aan Trijnie besteed “ Het gekke is als ik op les zit, een aander leert er wat, moar ikke niks, ik heb mien eigen manier anne leert” Ze zet wat op en gooit soms letterlijk de verf op het doek, en gaat dan vervolgens met bijvoorbeeld een plamuurmes de verschillende kleuren door elkaar mengen. Naast de kwast en haar blote handen gebruikt ze ook stukjes papier om te schilderen, maar ook letterlijk ter opvulling van het schilderij. Zo heeft ze wel eens een pak koffiefilters opgeofferd om het gewenste effect te krijgen. Ook sierpleister kwam wel eens van pas, en dan niet op de muur maar om een prachtig reliëf op het schilderij te creëren. Een cursus portrettekenen was ook niet aan Trijnie besteed. Alhoewel men op cursus vond dat ze het lelijkste portret gemaakt had, vond men ook dat het toch met de meeste sfeer omgeven was. Op de vraag of ze haar kleindochter al heeft geportretteerd, reageert ze dan ook met, “nee, doar woag ik mij ok niet an, want dat wordt niks” De broodnodige inspiratie Een paar jaar geleden kreeg Trijnie een brief van een bewonderaarster, die schreef dat ze zich had staan te vergapen aan de schilderijen, en zich afvroeg welke techniek er aan te pas was gekomen. Nou, die was er dus niet. Heel in het begin wilde ze natuurlijk graag dat iedereen haar werk mooi vond, op een gegeven moment keerde dat om, het maakte haar niet meer uit of een ander het mooi vond, als ze het zelf maar mooi vond. Zo heeft ze zichzelf op een morgen geschilderd, en wel met een zeer bijzondere techniek. Door belemmeringen veroorzaakt door de ziekte van parkinson maakt Trijnie het zich gemakkelijk door ongekleed te slapen. De gewoonte om ’s morgens vroeg net uit bed de kwast te hanteren bracht haar op een lumineus idee. Een zelfportret, maar dan niet met de kwast geschilderd op doek, maar door haar lichaam met verf te besmeuren en vervolgens datzelfde lichaam aan het papier op de grond toe te vertrouwen, waardoor de afdruk van haar lijf achterbleef. Dit heeft ze vervolgens op fraaie wijze bewerkt. Er is een tijd geweest dat ze dagelijks schilderde, totdat de inspiratie weg was, zoals ze het zelf beschrijft.” Ik schilderde alles bruun en dood”, wat zoveel wil zeggen, dat ze steeds maar door ging met nog een kleur en nog een kleur, net zolang tot er eigenlijk geen kleur meer te bekennen was. Toen brak er een periode aan van zo’n twee jaar waarin ze vooral in de tuin en binnenshuis de boel aan het veranderen ging. Achter de computer was ze ook moeilijk weg te slaan. Op oudejaarsdag 2006 kwam de inspiratie en de zin om er wat mee te doen terug. Een drieluik was het resultaat, wat nu de ’t Is altied aans Exposeren is er de laatste jaren ook bij ingeschoten, het kostte haar o.a. teveel moeite om alles vet - en vlekvrij te krijgen. Binnenkort is haar werk overigens weer te zien in de muziekschool in Stadskanaal. Grote voorbeelden heeft ze niet, een kunstkenner vindt ze zichzelf absoluut niet. Een vaste stijl heeft ze niet, “’t is toch altied aans”. Wel kan ze werken van anderen bewonderen, zo ook die van Henk Helmantel. Leuke anekdote is, dat tijdens zo’n bezoek, mevrouw Helmantel een werk van Trijnie heeft gekocht. De amateur-kunstenares kan vrij gemakkelijk afstand doen van haar werk, “Vooral in de periode dat ik dacht, ik schilder nooit meer, gaf ik het makkelijk weg aan iemand die er wat mee had, maar an iemand die erop anproatte, zeker niet”. Poëzie en Kunst Naast het feit dat er een schilderij “Bloeiend hout” met een echte pruimentak opgesierd met beschilderde stenen uit Denemarken de kamer kleurt, heeft Trijnie ook een schilderij met bijpassend gedicht. Gedichten maken is iets wat ze ook al jaren doet, er is zelfs een bundeltje van haar gedichten uitgegeven. Wat mij vooral van haar gedichten is bijgebleven, is de soms confronterende manier van omgaan met de ziekte van Parkinson, maar daarnaast ook het intense gevoel van vrouw zijn. Hieronder volgen twee van haar gedichten Schijn, egoïstisch, emotioneel, twijfelaar, duizendpoot. De lijst is te lang om te noteren, het lijkt warempel of ik mezelf bestempel als iemand die er niet mag zijn. Maar dat is schijn , ik leer meer en meer, dat ik er, zo ik ben, mag zijn. Meervoudig mijn buitenste ik en binnenste ik, Een samenspel tussen niet en wel, Tussen licht en donker, Opgewekt of somber, Accepteren lijkt op jongleren, In wankel evenwicht, Mijn buitenste en binnenste ik Verwoorden van gedachten, geeft onbekende krachten, Samen delen hoeft niet met velen. Samen helen mijn buitenste en binnenste ik. Archief |
|