|
|
Amateurkunst in de spotlight: Harmke Jansen
“Het puntje van een spitse pen is het felste wapen dat ik ken".
Vadertje Cats had weinig woorden nodig voor een groot begrip.
Schrijven
Om met een pen te kunnen schrijven heb je inkt nodig. En om inkt te kunnen gebruiken heb je inktpotjes nodig. Een heleboel verschillende inktpotjes bij elkaar, heet een verzameling. En voor zo’n verzameling moet je bij Harmke Jansen zijn.
Van kinds af aan heeft Harmke iets met schrijven. Mooi schrijven wel te verstaan.
In de rapporten van de lagere school sierde een hoog cijfer haar schrijfkunst, toen met een kroontjespen, later met een vulpen en nu weer met een vulpen. Dagelijks schrijft deze inktpottenverzamelaar nog met een vulpen, die ze gewonnen heeft door het beste verslag te schrijven over een excursie, met de hele klas tijdens haar directiesecretaresse opleiding, aan de Gimborn inktfabriek. Kalligraferen is Harmke ook niet vreemd. Met de juiste pennenstreken weet zij kunst uit pen en papier te halen. Het laatste bewijs hiervan is de prachtige oorkonde die Wim Dijkstra aangeboden kreeg bij zijn afscheid van de Stichting Streekeigen Sleen. ’Made bij Harmke'.
Inktpotten, groot en klein
Harmke: "Mijn belangstelling voor inktpotjes is begonnen in 1994. Ik was op de rommelmarkt spulletjes aan het zoeken voor onze dochter, die het nest verliet en op kamers ging.
Naast de kopjes en schoteltjes zag ik een mooie inktpot staan, een Gimborn langhals met een glazen kogeltje in de hals. Die ik kocht voor 25 centen. Thuis gekomen begon ik het potje steeds mooier te vinden en nog mooier. Manlief Leo: ‘Hou dat ding dan zelf'. Dat was het begin".
Harmke is geen technisch of archeologische verzamelaar. Potjes afkomstig van het baggeren uit grachten zonder etiket of andere herkenning, zeggen haar niet zo veel. Het bezoeken van rommelmarkten en het ruilen met andere verzamelaars deed en doet de verzameling nog steeds groeien. Maar er is nog een aanvoerlijn.
Mensen vragen wel eens of ze een stukje wil kalligraferen voor een jubileum, verjaardag of iets dergelijks. Bloemen of cadeautjes slaat ze af. Maar als men toch een tegengift wil doen, wordt er gevraagd eens goed uit te kijken bij grote schoonmaken of bij het ontruimen van huizen of het bezoeken van rommelmarkten naar inktpotjes of ‘zo iets.’ Dat ‘zo iets’ heeft ze geweten. Naast de collectie inktpotjes sieren nu ook tientallen puntenslijpers, nietapparaten, perforators, pennetjes, antieke schrijfblokken, enz. haar verzameling.
Harmke vervolgt: "Het mooiste vind ik hoe ik aan een exemplaar kom. Zo maar wat kopen en er veel voor betalen heeft geen charmes. Een van de oudste potje uit de verzameling is van 1922 en werd gebruikt door ambtenaren van de Topografische dienst, de inhoud is een kwart van een vingerhoedje. Daar moest de ambtenaar het mee doen die dag. Toen was er nog een overheid die op de kleintjes lette. Een bijzonder inkthoudertje is de tuimelaar, die gebruikt werd bij het werken aan dubbele tekentafels. De tuimelaar kon je bevestigen boven op het scharnier van de tekentafel en van links naar rechts laten kantelen, zo konden twee tekenaars gebruik maken van één potje. De meest bijzondere gift die ik kreeg was een bronzen kitscherige hertenkop met geweitje op een marmeren plaatje, dat door middel van een scharnier open kon klappen, waaronder een inktpotje was verstopt. Wat bleek later: Dit schrijfgerei behoorde vroeger toe aan onze kleuterjuf Hofman, geliefd en gekend door iedere oud Slener".
De teller staat dinsdag 28-04-09 15.15 uur op: 660 verschillende inktpotten en potjes
Vulpen
Vol overgave wordt een vulpen, verpakt in een fluweel, uit een notenhouten kistje gehaald.
Met gouden letters staat op het kistje geschreven: Graf von Faber-Castell. Voorzichtig vertrouwt ze mij de pen even toe. En werkelijk het schrijven hier mee is uitzonderlijk, de gouden pen veert in de houder, het is net of de pen jou laat schrijven en niet andersom. Jarenlang koesterde Harmke de wens ooit eens een chique pen te mogen bezitten. Min of meer verontschuldigt ze zich een beetje: "Een ander geeft geld uit aan sieraden, dure vakanties, een motorfiets en ik aan een echte Faber-Castell". Voorzichtig probeerde ik achter de prijs te komen, maar Harmke gaf geen krimp. Als ik vraag of ze wel eens met een ballpoint schrijft, krijg ik de indruk dat ik een smerig woord heb gezegd. ‘Ja’, beaamt ze. "Hooguit schrijf ik de boodschappen op met zo’n ding". Oei, dacht ik bij mezelf, niet meer over ballpoints praten dus…’.
Inkt en nog eens inkt
Harmke vertelt: "Er bestaan acht groepen inkt: IJzergalnoteninkt, kleurstofinkt, blauwhoutinkt, copieer en hectograafinkt, stempelinkt, merkinkt en tekeninkt.
De galwesp is de voornaamste leverancier voor de inktproductie. Deze wesp legt haar eitjes aan de onderkant van eikenbladeren er ontstaat op die plaats dan een verdikking, de zogenaamde galappel. Naast het voedsel bevatten deze galappels looizuur of tannine. Het looizuur (daar gaat het om) is hèt bestanddeel van de echte ijzergalnoteninkt. Inlandse galnoten zijn niet geschikt voor de productie van inkt. De meeste en beste galnoten komen uit Azië. De verschillende inktsoorten hebben een eigen bestemming. Oostindische inkt is een mengsel van o.a. roet en lijm, zodanig fijn met elkaar vermengd dat de zeer kleine roetdeeltjes in de lijmoplossing blijven zweven. Een inkt die zeer geschikt is om te tekenen Officiële stukken, die zeer lang bewaard moeten blijven, denk aan notariële akten, registers van de burgerlijke stand enz. moesten geschreven worden met onvergankelijke blauw/zwarte galnoteninkt, alleen deze inkt had gedocumenteerde waarde. Het zwarte schrift heeft bewezen de eeuwen te trotseren. Deze inkt verbleekt nooit en is volkomen watervast".
Tot slot
Al deze inktpotjes zijn genummerd en geregistreerd, om zo de herkomst niet te vergeten.
Mensen die een inktpot geschonken hebben kunnen er zeker van zijn dat hun naam met de onvergankelijke blauw/zwarte galnoteninkt geschreven staat in Harmke’s grote boek.
Zo blijkt maar weer: ‘Wie schrijft, die blijft.’
Ben Offringa
Sleen, mei 2009.
Foto's: Guido Hansman.
Archief
|
|