Kunst Harm Westerhof
Weerverwachting
Print
 
Portret van Harm Westerhof
(Aalden 1931)

Je mag Harm eigenlijk wel een amateurkunstenaar in ruste noemen, want hij heeft al een aantal jaren geen penseel meer aangeraakt. Jammer is het wel voor de liefhebber, want hij schilderde maar wat mooi van kaarten en oude ansichten. Harm zag je niet met een ezel in de vrije natuur allerlei landschappen schilderen. Bekend voor de ingewijden zijn de schilderingen met bloemen en de oude beelden van vroeger, zoals verschillende oude schuren en boerderijen. Portretten waren echter niet aan hem besteed.

Oet Aalden noar Slien
Als geboren Aaldenaar begon Harm zijn maatschappelijke carrière in het autobedrijf van zijn neef in Zweeloo, als automonteur. Daar kwam hij na zijn verplichte diensttijd ook weer terug. Maar al snel vatte hij het idee op om voor zichzelf te beginnen. Maar ja, waar doe je dat? Na eerst eens in Schoonebeek te hebben gekeken, werd op advies van een vertegenwoordiger ook Sleen aan een onderzoek onderworpen. En ja, in Sleen wou de plaatselijke garage annex fietsenmaker en smid zijn goodwill wel verkopen, en zo begon Harm in een schuurtje aan de Schaapstreek zijn bedrijf. In eerste instantie als fietsenmaker, maar daar kwamen de bromfietsen al snel bij, om vervolgens ook auto’s te onderhouden en te verkopen. Er was in die tijd veel 2e hands verkoop in Sleen, met weinig concurrentie. Dus was er wel een boterham in te verdienen. Daar kwamen ook de melkmachinemotoren en kruiwagens bij, want zoals Harm zegt “Als je een klant had, dan had je’m ook helemoal”. Pas toen er hartproblemen optraden bij Westerhof, heeft hij ook op advies van de arts, zijn autogarage enigszins ontmanteld en ging zich toeleggen op schilderen.

schilderijGouden handjes
Toen hij de lagere school verliet, adviseerde Meester Lamert oet Sweel de jonge Harm, om vooral door te gaan met tekenen en schilderen, toch duurde het tot 1985 tot hij het dus weer oppakte. Als uitlaatklep voor zijn gezondheidsproblemen begon hij te schilderen van kaarten en krantenfoto’s. Vrij klein dus, maar het moest wel groot op doek komen. Zo heeft hij ook een techniek ontwikkeld, eentje waar volgens hem de echte kunstenaars hun wenkbrauwen bij optrekken.”uit een soort dommigheid op dit gebied ging ik nat op nat schilderen”. Hierdoor zie je ondanks de fijne pennenstreken toch een soort waas, waarbij één kleur dominant aanwezig is. Daardoor is er ook weinig reliëf te bekennen op zijn schilderingen, dit in tegenstelling tot de grote meesters. Voor bijvoorbeeld een Van Gogh en Rembrandt heeft Harm dan ook grote bewondering, en niet om het reliëf in de schilderijen maar voornamelijk omdat ze “ met zo weinig middelen de mooiste schilderijen maakten, ze moesten zelf hun verf maken uit natuurproducten, wij gaan gewoon naar de winkel”. Volgens vriendin Gé, heeft Harm ook gouden handjes, zij het dan niet als het om verfmaken gaatvlinders.

Techniek en wijnmaken
Zo plotseling als hij is begonnen met schilderen, zo plotseling was het afgelopen. Ondanks het feit dat er toch wel het één en ander is geëxposeerd. Met zijn gouden handjes vatte hij het idee op om vlinders te maken, en niet onverdienstelijk. De muur in de kamer siert diverse vlindersoorten, welke uit aluminium vervaardigd zijn ( “lekker zacht materiaal om mee te werken” ) en natuurgetrouw in de verf zijn gezet. Zo vatte hij ook het idee op om wijn te maken, waarom niet? Uit druiven uiteraard maar ook uit gele pruimen of bramen en zelfs mint. De schrijfster van dit stukje mocht, eigenlijk moest, ook aan de wijnproeverij geloven. Als wijnliefhebber moest ze toch concluderen dat de heldere witte mintwijn een krachtig bouquet had met een verrassende zachte afdronk. Een vriend van Harm, Jan Visser, komt elke woensdagmiddag een glaasje mintwijn bij hem drinken. Dit leidt overigens meteen zijn volgende passie in.

Zijn tweede liefde
Als fervent sleutelaar heeft Harm een prachtige Indian Motor uit 1941 in zijn nog steeds bestaande garage staan. Menig uurtje is doorgebracht met zijn motorvrienden, onder wie Jan Visser, om oude motoren in oude glorie te restaureren. Een heuse bar in de garage maakte onderdeel uit van het gezellige wekelijks sleutelavondje. De Elfstedentochten op motor waren “ de mooiste Hemelvaarttochten, met het kamperen en feestvieren. Behalve het motorblok is eigenlijk alles wel los geweest. Maar ja wat wil je met oude Amerikaanse legermotoren. Ze moesten het 15 dagen achtereen volhouden, en al ging de kogel door het carter heen, hij moest blijven rijden”. Dat zijn Indian dit nog steeds volhoudt blijkt wel uit de foto’s en zeker uit de bravoure uitspraak. “Ik kan rustig mharm en redacteuret losse handen rijden, terwijl Gé in het zijspan zit”.
Dat Gé er ook wel lol in heeft blijkt wel uit haar aanmoedigingen als ze in een tunnel zijn. “Geef nog even gas en trap dan de koppeling in Harm, dat knapt zo lekker luid!”
Harm doet dan momenteel wel niks meer met schilderen, maar Gé begint er binnenkort weer aan, en zij is er van overtuigd dat ze Harm ook zover krijgt het penseel weer ter hand te nemen. Maar dan moet de Indian natuurlijk wel rustig in de garage kunnen staan.

Archief