|
|
Een land van melk en honing
Dit staat geschreven voor een welvarend land. Met de aanvoer van melk is niks mis, maar met de honing loopt het wat moeizamer de laatste jaren. Gelukkig begint daar verandering in te komen. De belangstelling voor het houden van bijen neemt weer toe.
Harm Eding is een geboren Slener. Hij heeft het eerste licht gezien in De Koepen, tegenover het vroegere dorpscafé, ‘De Vergunning.’ 
Harm ging, toen hij ‘de jaren kreeg’ de wijde wereld in en belandde in Erm. Bij zijn Fenna, haar ouders en de iemen. Naast zijn liefhebberij voor Fenna toonde hij ook steeds meer belangstelling voor de bijen van zijn schoonvader.
Het begon met het verlenen met wat hand- en spandiensten. Samen de kasten naar de koolzaadvelden in de Noordoostpolder brengen, honing slingeren enz. Steeds meer raakte Harm in de ban van het wondere wereldje van deze honingbrengers. Na verloop van tijd nam Harm het bijenwereldje over. Twintig jaar is hij al lid van de Vereniging Bijenteelt Oosterhesselen, een club die opgericht is in 1912.
(Binnenkort dus feest).
Harm vertelt, ik luister en schrijf
De stal van Harm bestaat uit vijf volken (kasten). De belangrijkste bijenrassen in Nederland zijn Carnica, oorspronkelijk afkomstig uit de Balkan. De andere soort is Buckfast. Een door monniken gekweekt ras uit Engeland. Met de familie Buckfast haalt Harm het gewin uit de kasten. Een volk telt ongeveer 60.000 bijen. Dit betekent, keer vijf, een totaal bestand van 300.000. De samenstelling van een volk bestaat uit drie soorten bijen, te weten: werkbijen, deze dames zijn zeer bedrijvig. Zij zorgen ervoor dat er nectar op de plank komt. Darren zijn de heren, ver in de minderheid, vaak nog luie donders ook, die zich laten voeden door de dames. Wel zorgen ze ervoor dat de broedraten met eitjes warm blijven.. Ze zijn, met plezier denk ik, ook verantwoordelijk voor de bevruchting van de belangrijkste dame, de Koningin. Zij legt 1500 tot 2000 eitjes per dag; dit gedurende drie maanden lang in het hoogseizoen. De werkbijen, die uit de eitjes komen, leven ongeveer zes weken. De naam ’werkbij’ dragen ze niet voor niks. De helft van dit korte leven wordt besteed aan het zoeken en halen van nectar. In de loop van het jaar, zo half augustus gebeurt er iets opmerkelijks. De genen laten zich horen in het koninginnenlijf. Weer zo’n wonder in de natuur, waar we nog maar weinig van begrijpen. Uit de dan gelegde eitjes worden winterbijen geboren die zes maanden leven in plaats van zes weken. Op deze manier staan ze garant voor het nieuwe leven in het volgende voorjaar.
Hiërarchie en discipline in de kast
Er heerst een bepaalde hiërarchie onder de bijen. (Dat zien we ook bij mieren). De koningin is bepalend. Die geeft bv. in het vroege voorjaar signalen dat de raten schoongemaakt dienen te worden. Een telepathie die door mensen nog steeds niet wordt begrepen. Een aantal mannetjes wordt aangesteld als ‘wachters’. Deze dienen permanent het vlieggat te beschermen tegen onbekende indringers de zogenaamde vervliegers. Het grappige is, als deze vreemde vogels (insecten) nectar bij zich dragen, ze vaak wel mogen binnenkomen.
Een volk bijen produceert per jaar ongeveer 30 kg. honing. Hier krijgen ze 14 kg. in water opgeloste, suiker voor terug, om de winter te overleven.
Op de vraag of er ook een herkenning is van de bijen naar de imker, wordt dit verwezen naar het rijk der fabelen. Als je rustig je handelingen doet valt het steken wel mee. We gebruiken uit voorzorg wel beschermingskleding en rook. Waar ze vreselijk de pest aan hebben zijn trillingen. Als je, om een voorbeeld te noemen, met een benzinemaaier het gras een kopje kleiner hebt gemaakt, kom dan voorlopig niet bij de kasten. Ook op de grond stampen geeft trillingen en ook veel agressie.
De verschillende soorten honing
Acacia honing is een blanke en doorzichtige honing. Koolzaadhoning, neutraal van kleur, is erg geschikt voor mensen met een aandoening aan de luchtwegen. Lindebloesemhoning, goudachtig van kleur, is een beetje mintachtig van smaak, een ideale keukenhoning. Bloemenhoning is sterk verschillend van smaak, afhankelijk van het jaargetijde en de bloei, rijk aan vitaminen en mineralen. Fruithoning is minder zoet en fruitig van smaak en wordt, zoals de naam al zegt, verzameld in boomgaarden. De meer stroperige lichtbruine heidehoning, wordt ook wel ‘Koning onder de honing’ genoemd.
Honing is ook zeer geschikt om hooikoorts tegen te gaan. Maar let op: de honing moet uit de omgeving van het ’lijdend voorwerp’ komen anders werkt het niet. Het heeft te maken met pollen en zo. ”Echt waar,” verzekert Harm. Ik geloof hem.
Nog wat wederwaardigheden:
Om een pot van 450 gram vol te krijgen met honing, zijn 60.000 bijenvluchten nodig.
Eén bij kan in zijn leven maximaal 7 gram honing verzamelen. Gemiddeld is het 5 gram per bij.
Tijdens haar leven als vliegbij wordt een afstand van 800 km. afgelegd.
Een goede Koningin kan in haar leven, van 3 à 4jaar, maximaal 200.000 eitjes leggen.
(Dus nooit meer zeuren dat een potje honing nogal duur is).
Bestuiving en belagers
Het is niet alleen de honing die bijen zo belangrijk maken. Van vitaal belang zijn ze voor het milieu bij het behoud van de biodiversiteit, door het bestuiven van de in het wild groeiende bloemen, tuin en landbouwgewassen.
Deze essentiële en waardevolle activiteiten van bijen zijn afhankelijk van imkers. Immers die hebben grote invloed op de gezondheid van de bijenvolken. Net als in de veehouderij is ook honing onderworpen aan een scala van schadelijke ziekten. Naast de vele virussen, mijtziekten en belagers noemt Harm de varroamijt (varroa destructor) en vuilbroed bij larven als voornaamste. Ook slaat de Hoornaar, de grootste wesp van circa 3,5 - 4 cm, gelijk een havik, graag bijen uit de lucht.
Bezoek
Terwijl Fenna thee inschenkt komt bijenkameraad Jantinus achterom de keuken in. Harm kan nu rustig een rokertje opsteken en de thee drinken want Jantinus neemt gelijk het woord.. “Hej al verteld da’k in de wieke sprung um ‘t vege lief te redden en da’k een volk iemen in de nek kreeg met dat schudden van je? …Nee!... Luuster mar ies”.
Smeuïg wordt verteld dat bij controle van de kasten bij een koolzaadveld, een kast was omgevallen. Misschien een boer, per ongeluk met de trekker, ongedierte of kwajongens, wie zal het zeggen. In ieder geval moest de kast weer in de benen. Wat er verkeerd ging is nog altijd de vraag, bij het weer recht op zetten van de kast kwamen er honderden bijen uit het vlieggat. Deze horde vloog massaal achter Jantinus aan, die de benen nam. Onze bijenvriend werd zo in het nauw gedreven dat hij, met kleren en al, in het nabij gelegen kanaal sprong. Opvallend was dat Harm met rust gelaten werd. Monter gaat onze verteller door. “Dan die keer dat we een zwerm moesten vangen in een moeilijke hoge boom. Een uitschuifbare ladder werd tegen de boom geplaatst waar Harm in omhoog klom. Ik stond er onder met korf ondersteboven, om zo de zwerm op te vangen. Maar dat lukte allemaal niet zo best. Harm begon steeds harder te scheuren en te trekken. Tot op een gegeven moment de zwerm los liet en bij mij in de nek terecht kwam. Ja… een fijne maat heb ik!”
Slot.
Een klein tipje van de sluier is nog maar opgelicht met dit korte verhaaltje over dit ijverige volk.
Graag besluit ik met de woorden van de bekende radio bioloog Fop I. Brouwer uit de jaren vijftig /zestig, maar nog steeds actueel.
“Al wat leeft en groeit ons altijd weer boeit.”
Tekst: Ben Offringa
Foto’s: Guido Hansman
Hier klikken voor het volledige album.
Archief
|
|