|
|
Inleiding
Het Sleense gezin Pol is het laatste jaar gegroeid. Het gezin van vijf is uitgegroeid tot een gezin van negen. Wat al jaren een ambitie was is werkelijkheid geworden: Jakob (43) en Ina (41) Pol runnen een ‘gezinshuis’, waarin zij naast hun eigen drie kinderen ruimte bieden aan vier kinderen die door uiteenlopende omstandigheden niet meer bij hun biologische ouders (kunnen) wonen.
Het eerste wat opvalt wanneer we het garagepad van de familie Pol oplopen is de enorme bus die daar staat. Bij navraag blijkt dat er negen personen in kunnen, precies het aantal personen waaruit het gezin tegenwoordig bestaat. De kinderen vinden het geweldig en vinden alle andere auto’s nu klein. Een stoer detail is dat de bus eerst van de marechaussee is geweest, vet.
Ina opent lachend de voordeur en zegt dat ze precies nog een kwartiertje piano heeft kunnen spelen voor mijn komst. Zij is de rust zelve. We zien een opgeruimde kamer met hier en daar wat speelgoed, een dubbele woonkamer met in elk een keuken, een schuifwand die de beide kamers kan scheiden als dat gewenst of nodig is, een grote tafel waar in elk geval acht en met wat creativiteit negen personen kunnen aanschuiven en een grote tuin met speelgoed, een trampoline, een peuterfietsje, een speeltoestel en een grote schuur die plaats heeft voor de overige acht fietsen. Er loopt een peuter van bijna drie rond die letterlijk en figuurlijk ruimte heeft om de wereld te ontdekken. Voorlopig een veilige wereld, want die wordt hem nu gegeven.
In het gesprek dat volgt ontdekken we de motivatie, de drive, de onzekerheden, de teleurstellingen, de volharding en de successen die het zover hebben doen komen. Ook krijgen we een kijkje in de praktijk van alledag.
De ommekeer
Dat Jakob en Ina voelden dat er een verandering in hun leven moest komen is nu zo’n drieëneenhalf jaar geleden, na een eindejaarstoespraak die Jakob op zijn werk aanhoorde. In die toespraak werden de successen van het bedrijf geroemd, de enorme winst van miljoenen euro’s bekend gemaakt en direct daaropvolgend benadrukt dat het komend jaar nog meer zou moeten opbrengen. “Wat is dit toch voor een wereld waar ik in loop?” vroeg Jakob zich daarop af; volgens Ina kwam hij behoorlijk gedesillusioneerd thuis, zich afvagend waar dit zou eindigen en in de wetenschap dat dit niet de invulling van de rest van zijn leven zou zijn.
Jakob en Ina hebben zichzelf vervolgens een aantal vragen gesteld: Hoe willen we ons leven leiden, willen we altijd zo verder? Stel dat ik morgen doodga, wat heb ik dan gedaan? Ik heb plezier gehad en goed verdiend, maar is dat het dan? Als we tachtig zijn, wat willen we dan gedaan hebben in ons leven? Langzaamaan, in gesprekken tussen Jakob en Ina samen, ontwikkelde zich een voorstelling van wat een andere invulling van hun leven zou kunnen worden.
In de jaren ervoor hadden Jakob en Ina een aantal zomers drie weken een meisje opgevangen via Europa Kinderhulp, van waaruit kinderen uit moeilijke situaties een vakantie gegeven wordt. Thuis had ze het niet goed en Jakob en Ina merkten hoe ‘eenvoudig’ het was haar een vakantie te geven.: “ze hoefde alleen maar mee te draaien in ons gezin!”. Deze ervaring droeg bij aan het plan van Jakob en Ina om zich te gaan richten op kinderen die langdurig opvang nodig hebben, omdat hun thuissituatie problematisch is. Daarmee zouden zij die kinderen een goede basis kunnen geven, met vergrote kansen voor de toekomst.
In het huidige werk van Jakob (geboren in Noord-Sleen) en Ina (geboren in Erm) vinden we de affiniteit met kinderen en jongeren niet terug. Jakob werkt bij een technisch bedrijf en Ina werkt in de zorg voor ouderen. Bij doorvragen blijkt dat die affiniteit er wel degelijk is: voordat zij zelf kinderen had riep Ina al, tegen collega’s: “ik wil later veel kinderen en aan een grote tafel met een pot thee wachten tot iedereen weer thuis is”. Misschien zit de zorg haar ook wel in de genen: ook haar ouders hebben de zorg voor pleegkinderen op zich genomen, toen Ina al uit huis was. Omdat Jakob en Ina elkaar toen al kenden (zij zijn inmiddels 18 jaar getrouwd) , maakte ook Jakob die opvang van nabij mee. Hij bemoeide zich ook direct met kinderen en jeugd: hij was jaren leider bij de A-jeugd van VV Sleen, hij was jeugdouderling en hij gaat al jaren mee als leider van het clubkamp voor de kinderen van groep vijf tot en met acht. Jakob is ervan overtuigd dat kinderen en jongeren in wezen heel veel in zich hebben, veel willen en met de juiste begeleiding veel kunnen bereiken.
En toen…
De gesprekken tussen Jakob en Ina waarin hun plan steeds meer vorm kreeg verspreidden zich over een flink aantal maanden. Na de zomer van 2007 moest er maar eens actie komen! Er werd druk gegoogeld en zo werd de site www.gezinshuis.com ontdekt, sinds september 2007 in de lucht. Het contact werd gelegd en gesprekken werden gevoerd. In doelen stonden de neuzen dezelfde kant op, maar voor concretisering was nog veel nodig. Het werd duidelijk, dat Jakob en Ina ondernemer zouden moeten worden, volgens een franchise formule. Dat betekende dat er een gedetailleerd ondernemingsplan moest komen. Achteraf geven Jakob en Ina toe, dat dit het enige moment in de procedure van jaren was waarop de twijfel toesloeg: of ze daar wel zin in hadden. Omdat de ontwikkeling van hun gedachten al zo ver gevorderd was, besloten zij door te gaan. Juist van deze fase leerden zij enorm. Er moest worden nagedacht over de vorm, over het hoe en waarom, over de doelgroep, enz. Ook de financiële kant moest worden uitgewerkt. Daarvoor namen zij een accountant in de arm. Een competentietest maakte deel uit van de procedure. De uitkomst was duidelijk èn herkenbaar: Jakob zou degene zijn die zich fulltime op het gezin(shuis) zou gaan richten, Ina zou door het aanhouden van haar werk buitenshuis afstand kunnen (en moeten) nemen. In die uitkomst konden beiden zich vinden. Als de plannen vorm zouden krijgen, zou Jakob zijn baan opzeggen en Ina haar baan van twaalf uur per week buitenshuis houden.
Toen het uitgewerkte plan er lag diende zich een volgende uitdaging aan: het werd duidelijk, dat Jakob en Ina zelf een partner moesten vinden die pleegkinderen zou kunnen plaatsen. Er werd doorverwezen naar jeugdzorg, waar men om diverse redenen de boot afhield. Jakob en Ina schreven vervolgens iedereen aan die zich met opvang bezighield. Er werden meerdere gesprekken gevoerd, ook met ’s Heeren Loo, een organisatie die allerlei manieren van opvang en ondersteuning biedt aan verstandelijk beperkten. Het contact met ’s Heeren Loo voelde erg goed en er werd besloten een overeenkomst aan te gaan. Het is dan inmiddels januari 2009. Jakob en Ina komen bij de organisatie in loondienst, wat betekent dat ’s Heeren Loo de kinderen plaatst, voor de geldstroom zorgt en alle randzaken voor haar rekening neemt, zoals opvang van de pleegkinderen tijdens vakanties en tijdens één weekend per maand dat het gezin Pol met z’n vijven doorbrengt.
Voordat daadwerkelijk tot plaatsing van kinderen kon worden overgegaan moest aan een aantal voorwaarden worden voldaan. In de eerste plaats wilde ’s Heeren Loo zicht op het opvoedkundig vermogen van de ‘gezinshuispartners’ Pol. En…daarin bleek een kritische blik. Met de aanvankelijke houding van Jakob en Ina van ‘laat maar komen, we zien wel’ werd geen genoegen genomen. Er werd een gedetailleerde beschrijving verwacht van hun handelen in mogelijk voorkomende situaties. Die bleek nog niet zo eenvoudig, maar…uiteindelijk voldoende. ’s Heeren Loo liet in mei 2009 weten dat het opvoedkundig handelen van Jakob en Ina paste binnen de visie van de organisatie. Niet lang daarna, in juni 2009, werd het eerste ‘gezinshuismeisje’ in het gezin Pol geplaatst. Uiteindelijk doel: plaatsing van vier kinderen, vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week. In verband met de rust in het gezin gaat het om kinderen bij wie de verwachting is, dat het een langdurige plaatsing betreft. Het gaat om kinderen met veel bagage, die behoefte hebben aan een veilig thuis, een plek om zich met begeleiding te ontplooien en tot volwassenheid te komen.
Woonruimte
Met het eerste ‘gezinshuismeisje’ was huize Pol vol. Voor vier kinderen extra bood het huis van Jakob en Ina geen ruimte. Daarom op zoek naar iets groters, bij voorkeur een boerderij met voldoende kamers, dieren, een appelgaard en “meer van dat soort fratsen”, aldus Ina. Al snel bleek, dat die wens financieel te hoog gegrepen was. Inmiddels raakten Jakob en Ina steeds meer in de ban van de overtuiging “het komt allemaal wel op ons pad”.
Het huis van de directe buren (de familie Pol woont in een twee-onder-één-kap-woning) stond al een poosje te koop. Er werd aanvankelijk geen actie op ondernomen, omdat het moeite kostte het ‘boerderij-plan’ los te laten. Pas in de herfst van 2009 ging ’s Heeren Loo in onderhandeling. Dat resulteerde in een koopcontract in januari 2010.
Vanaf maart werd er een kleine twee maanden hard verbouwd, om van de twee woningen één grote te maken. Er werd doorgebroken, er werden muren uitgebroken, wanden geplaatst en verplaatst, er werd een schuifwand tussen de beide woonkamers gemaakt en de vijver in de tuin werd volgestort met zand. Eind april vertrokken de laatste bouwvakkers. Na een periode van opruimen, schoonmaken, sauzen, behangen, herinrichten en een grote eindschoonmaak op 11 mei was het huis zover klaar, dat het bewoonbaar was voor negen mensen. Dat werd bevestigd door twee mensen van ’s Heeren Loo, die een bezoekje brachten om de resultaten van de verbouwing te zien. Er is nog meer te doen, maar dat wordt bewaard tot Jakob definitief bij huis is.
De kinderen mochten komen!
Er was nu ruimte voor nog drie kinderen extra. Helaas…liep het geen storm met geschikte aanmeldingen. In één van hun nieuwsbrieven aan vrienden en bekenden schreven Ina en Jakob in die tijd: “echt heet of koud worden we daar niet (meer) van, we hebben al zoveel geduld moeten hebben en het is al zo vaak anders gegaan dan we dachten. Eén ding weten we zeker: het komt goed!”.
En het kwam goed: in de eerste helft van juni werden er drie kinderen geplaatst. Dat bracht het gezin op negen en maakte het huis vol. Dat was het moment voor Jakob om zijn baan op te zeggen. Officieel per 1 augustus en in praktijk door vakantiedagen al wat weken eerder, is Jakob fulltime bij huis. Hij heeft er heel veel zin in.
Jakob en Ina stralen wanneer ze vertellen, hoe het meisje dat inmiddels een jaar bij hen woont is opgebloeid. Van een schrikachtig, conditioneel en verstandelijk zwak meisje is zij veranderd in een meisje dat vertrouwen heeft in haar huidige wereld en in alle opzichten steeds meer meekan met de rest. “Wanneer we zien dat een kind zo opbloeit, gaat vertrouwen en echt kind wordt dan zijn we ontzettend blij, dat is waarom we dit wilden gaan doen…geweldig!” en Ina, terwijl ze naar de rondscharrelende peuter kijkt: “Ik voel me heel rijk…maar: een andere moeder moet hem wel missen. ’t Is een beetje gestolen vreugde”.
Het duurde wel een klein jaar voordat iedereen gewend was aan de nieuwe situatie. De plaatsing van het eerste kind was misschien nog wel het zwaarst, zwaarder dan de laatste drie samen. Er was gedrag dat de ‘eigen’ kinderen niet kenden , wat vreemd was in hun ogen. Nu is veel gedrag herkenbaar. De drie nieuwsten zijn op het moment erg moe van de veranderingen, die er zijn op alle gebieden: nu is er driemaal per dag een maaltijd, waaronder brood en warm eten, nu wordt er van alles voor hen gedaan waar dat eerder niet het geval was, nu is er regelmaat en structuur.
Heel eerlijk zeggen Jakob en Ina, dat de grootste angst is, dat zij hun eigen kinderen tekort doen, dat die later zeggen…..
Mirian is nu 13 en gaat naar VMBO 2, Gerwin is 11 en gaat naar groep acht en Sanne is 8 en gaat naar groep vijf. Eind 2008 hoorden zij van de plannen. Er brak een onzekere periode aan, waarin onduidelijk was hoe het gezin zou gaan worden, wat de verandering zou gaan betekenen en waar zij zouden gaan wonen. Vooral Gerwin heeft de houding: “dat mijn ouders dit verzinnen” en “als toch elk gezin in Nederland één zo’n kind neemt, dan is het toch ook opgelost?”. Inmiddels zien Jakob en Ina het als een groot voordeel voor de eigen kinderen dat de woonomgeving niet is veranderd. Er verandert al zoveel, dat het voor hen heerlijk is dat zij in hun eigen huis, in hun eigen straat kunnen blijven wonen, met eigen school en eigen vriendjes in de buurt.
“We doen ons best de kinderen het gevoel te geven dat we hen begrijpen”, aldus Jakob en Ina. In dat streven past, dat het gezin Pol een weekend per maand en twee weken vakantie per jaar met z’n vijven doorbrengt. Voor de ‘gezinshuiskinderen’ wordt op die dagen andere opvang verzorgd. Zij gaan naar huis, of naar een logeeropvang, of er wordt hulpverlening in huize Pol georganiseerd. Om die reden is het handig dat de woningen gescheiden kunnen worden, boven door middel van een deur en beneden door middel van een grote schuifwand. Ook komt er op de bovenste verdieping van nummer 20 het ‘Pollehol’: een plek waar alleen de Polletjes mogen komen en zich even kunnen terugtrekken uit de drukte. Daar komen een televisie en een bank zodat de kinderen kunnen ‘chillen’.
De ‘vrije’ weekenden hebben inmiddels een redelijk vaste vorm. De zaterdagavond wordt met z’n vijven doorgebracht en op zondag is er een uur gezinsberaad, waarin een ieder punten mag aandragen. Het idee van een vergadering, iedereen mag daar zijn of haar zegje doen. De kinderen hebben een boekje waarin ze opschrijven waar ze tegenaan lopen. Iedereen denkt mee over oplossingen en afspraken. Er is elke keer een andere voorzitter, er worden ook notulen gemaakt. Een maand later worden gemaakte afspraken nagelopen.
Deze zomer is er twee weken vakantie met het eigen gezin. Ook willen Jakob en Ina graag met z’n allen op vakantie, omdat zij vinden dat de ‘gezinshuiskinderen’ dat ook moeten beleven. “Maar ja, dit staat natuurlijk niet in de begroting en met z’n negenen…dat wordt een duur grapje”. Ina heeft contact gezocht met camping ‘De Bronzen Emmer’ in Meppen en de situatie uitgelegd. Resultaat: de gezinshuiskinderen mogen er een week gratis kamperen. Met caravan en tenten gaat het gezin Pol in de grote bus eerste week augustus richting Meppen.
Inrichting/structuur
Ina laat ons met plezier zien hoe het huis geworden is. Het is de bedoeling, dat iedereen door het ‘nieuwe’ huis naar binnen komt. Eerst de fietsen in de schuur, dan achterom het huis in. Daar komen we in een ruime hal, met twee open kasten waarin ieder kind een ‘rij’ heeft voor tassen en ander materiaal. Er is een grote kapstok en een heel groot schoenenrek, waar we een flink aantal schoenen tellen. Verder is er een royaal planbord, met de namen van de kinderen en de dagen van de week. In haar eigen agenda noteert Ina alle afspraken, die ze elke zondagavond voor de aankomende week op het planbord schrijft. Het bord heeft zich al behoorlijk onmisbaar gemaakt, er wordt veel op gekeken! Tijdens de rondleiding boven zien we dekbedden uit de ramen hangen, dat hoort er natuurlijk ook bij. Het verbaast niet dat Ina zegt dat één wasmachine eigenlijk niet voldoende is. Binnenkort komt er een tweede. Het eigenlijke gezin Pol bewoont nog steeds het oorspronkelijke huis. Mirian, Gerwin en Sanne hebben daar nog steeds hun kamer. In het huis dat erbij gekomen is slapen de vier andere kinderen. Ieder een eigen kamer, ieder eigen speelgoed en ieder eigen kleding. Zowel boven als beneden kunnen de woningen gescheiden worden wanneer het tijd is voor een gezinsweekend. Meestal is de kamer beneden een grote, met wel een afgesloten deel waar rustig televisie gekeken kan worden. Verder is er beneden een werkkamer voor Jakob en Ina, met een eigen computer voor alle zakelijke correspondentie. In een kast met slot en grendel worden de dossiers van de vier pleegkinderen bewaard.
Een brandende vraag is, hoe het dagritme in huize Pol eruitziet. Hoe verloopt bijvoorbeeld de ochtendspits? In dezelfde rust die we nu waarnemen? Het lijkt erop als Ina vertelt: zij staat zelf om 6.45 uur op, om 7.00 uur maakt zij de kinderen wakker. Drie daarvan gaan zich wassen, aankleden en voor wie nodig een fruit- of lunchpakket maken. Ina maakt pap voor het ontbijt. Om 7.15 uur zit het hele gezin aan tafel, waarna om 7.30 uur de andere drie schoolgangers naar boven gaan. Tegen achten is de keuken opgeruimd en gaat Ina naar boven om hier en daar wat haren te kammen en strikken te maken. Voor vier kinderen begint de school in Sleen om 8.30 uur, twee kinderen bezoeken in Emmen een school voor speciaal onderwijs. Omdat het taxivervoer nog niet geregeld is brengt en haalt Ina hen voorlopig zelf. ’s Morgens is zij rond 9.00 uur weer thuis.
Ook ’s avonds is er een strak schema. Rond 17.30 uur wordt er met elkaar gegeten. In het zicht hangt een beloningsschema, bij voldoende succes is er op zondag individueel aandacht en wordt er samen een rondje gefietst. Het menu wordt voor een week gemaakt, de boodschappen worden voor een week in huis gehaald. Na het eten wordt er bij toerbeurt een half uur gecomputerd, tussen 19.00 en 19.30 uur zijn de eersten in pyjama, waarna zij fruit eten en naar bed gaan. Ook de oudere kinderen hebben een vaste bedtijd, die later is naarmate de leeftijd toeneemt.
Door de strakke structuur heen is er zeker ruimte voor spontane activiteiten. Op de warme dag van het interview is Ina van plan met de kinderen naar het zwembad te gaan. Met alle zeven? Ja, met alle zeven.
Taakverdeling en samenwerking tussen Ina en Jakob
Jakob en Ina mogen zich nu ‘gezinshuispartners’ noemen. En partners zijn ze! Al bij hun eigen kinderen, die behoorlijk van elkaar verschillen en soms niet gemakkelijk zijn, zochten Jakob en Ina samen naar oplossingen en kwamen zij er altijd uit. Dat bracht hen tot de overtuiging “als we dat kunnen, moet de rest ook lukken”. Er zijn verschillen in aanpak, maar zij lopen in elkaar over, vullen elkaar aan. En als het één van beiden teveel wordt, loopt de ander vanzelfsprekend een stapje harder. 
Jakob is van nature rustig, Ina is dat in de loop der jaren steeds meer geworden: “eerder dacht dat ik de wereld moest redden; bijvoorbeeld tijdens de oorlog in Irak was ik echt van plan Hoessein te bellen” “ik kreeg door dat ’t toch niet ging lukken en leerde dichter bij huis te blijven”. Een aanrader is volgens Ina het boek ‘Niet morgen maar nu’ van Wayne Dyer.
Ina leest graag, speelt piano en zingt in een koor. Jakob volleybalt een keer per week en kijkt graag sport, op tv of live. Zij geven elkaar ruimte voor eigen bezigheden en stimuleren elkaar tijd voor zichzelf te (blijven) creëren.
Ina vat samen: “Juist ons twee samen maakt ons sterk. We zijn een sterk team dat elkaar goed aanvult, dat is de kracht van de familie Pol”.
Ten slotte
Op onze vraag hoe zij terugkijken op de laatste jaren antwoordt Ina: “We hebben het gevoel dat we geleid worden. Het valt allemaal zo als een puzzel in elkaar: dat het buurhuis gekocht is, dat de verbouwing klaar is, dat de bus er is en dat de kinderen op de stoep staan. Het moet zo zijn. Alles is goed. Een beter scenario hadden we zelf niet kunnen schrijven. We hebben steeds het vertrouwen gehad dat we dit moeten doen: maak je niet druk, het komt wel goed”. Op onze vraag welke rol het geloof hierin speelt antwoordt Ina: “Ons geloof is vooral bepalend voor onze normen en waarden: niet alleen voor jezelf leven, maar er ook voor anderen zijn. Het kan toch niet zo zijn dat je alleen leeft om een grote auto te rijden?” En Jakob: “Ons geloof vind je terug in onze levensstijl: gewoon een beetje lief zijn voor elkaar.”
Wij zijn onder de indruk en wensen Ina, Jakob en de zeven kinderen die nu onder hun hoede vallen het allerbeste toe. Op de valreep laten zij ons weten: wanneer alles naar tevredenheid klaar is zullen we dit in het najaar groots vieren met een open huis, dan kan ieder die dat wil even binnen kijken!
Hier klikken voor het volledige album.
Tekst: Simone Hoelen
Foto's: Guido Hansman
Archief
|
|