|
|
Natuurmens, jager en geboren Slener
Tijdens de laatste najaarsmarkt kwam ik Tinus tegen. Tinus Lahuis. Eerst kwamen er wat koetjes en kalfjes voorbij. Maar al gauw ging het gesprek over de wildstand, reewild, vossen, lichtbakken, predatie enz. Mijn vrouw Ria liet heel fijntjes, met een paar elleboogstootjes, weten dat we de markt bezochten en niet op jacht waren.
Dus werd de afspraak gemaakt om binnenkort eens “een piep tabak te gaan roken.” Een paar weken later zat ik aan de Bosrand in Meppen bij een mooie verteller.
Tinus is geboren in Sleen en wel in de kamer van ‘Pieter Eulie.’ Het gezin Lahuis woonde met de petroleumventer Albert Koopman in “twee onder één dak” aan de Groningerweg. “Ons gezin bestond uit vader en moeder, zes broers, één zuster en ik en dat maakt tien.” Natuur en jacht zaten hem al jong in het bloed. Vaak was hij als jochie van een jaar of zeven al te vinden bij de jagers. Hij mocht mee om het wild te drijven en te dragen. Als de “grote jacht” in januari voorbij was, kwam de tijd van eieren zoeken en vissen. Veel jongens verzamelden eieren. Zorgvuldig werden de eieren van de verschillende vogels uitgeblazen, genummerd en in dozen met zaagsel gelegd. De struif werd gebruikt in pannenkoeken. Nee…vroeger werd er niet veel weggegooid. Een te veel aan eieren van één soort werden op school geruild. Niet meer denkbaar in deze tijd en misschien maar goed ook! Maar om te spreken met Cruijff en zijn medaille, de kennis van natuur en vogels was bij de jeugd van toen vele malen groter dan nu.
Toen hij wat ouder werd, bleek er ook een knap voetballertje in hem te zitten. Vader Jan Lahuis, zag voor Tinus meer toekomst in de voetballerij dan in de jacht. - Misschien had hij wel gelijk - Vaak kreeg Tinus opdracht van senior om zaterdags tuinwerk te doen en hem op deze manier van de jacht weg te houden, zodat zoonlief zijn energie zondag kon omzetten in doelpunten. “Snel werd de tuin dan afgeraffeld om toch maar zo gauw mogelijk met de jagers mee te kunnen. Een paar meegebrachte stukjes wild stemden pa dan weer mild.”
Na de jacht,” tijdens de laatste drift bij Zwols,” werden de geweren aan Tinus toevertrouwd om te drogen en schoon te maken. Als dank kreeg hij een glas ranja. De oogst van de jacht, het wild, was in de herfst en winter een welkome aanvulling op het menu. Hazenpeper, gebraden konijn, patrijs, eend en duif waren niet te versmaden. Het overige wild ging naar de poelier. De traditie van de jacht ging vroeger vaak over van vader op zoon. In Sleen was daar sprake van bij o.a de families Klinkhamer en Wilting. Bekende namen van jagers uit het verleden in Sleen zijn: Job Dekker, Egbert Warming, Rieks Eising, Jan Roeles, Gerrit Nijhoving, Berend Kamps, Hendrik Wiggers, Anne Tingen. Ook de burgermeesters Bontekoe en van Rooyen waren van de partij. Het wild werd na de oudejaarsdrijfjacht bij opbod verkocht door paander Jans Schepers. Jacht werd heel normaal gevonden. Beroeps dierenbeschermers waren er nog niet..
Met enige regelmaat stond jager Koek, Tinus op te wachten bij de lagere school om op konijnen te jagen in het bosje van bakker Boer in Diphoorn. Van Tinus werd verwacht dat hij de ”knienen in de roegte lös trapte”zodat Koek het schot er op kon gooien.”De jacht op patrijzen was ook een belevenis. Je moest dan scherp opletten waar een beschoten klucht weer neer streek, heel vaak in de aardappels. Het was dan spannend om te zien hoe de hond langzaam aantrok om de hoenders weer vast te zetten. Ik herinner mij nog heel goed, dat Koek op een zaterdagmiddag in september 48 patrijzen schoot! Er waren die middag meer patrijzen dan patronen want ik moest tussentijds een doos patronen halen.” Men maakte de patronen zelf in die tijd, (herladen) dit was veel goedkoper. De ingrediënten zoals kruit, hagel en proppen werden gehaald bij fietsenmaker De Jong in Noordbarge.
Ook was Tinus vaak te vinden bij Rudolf Tiems. De jager met de legendarische hond Pluto.
“Een hond met een ingebouwde jachtkalender. Het dier begon tijdens de grote jacht, iedere zaterdag al vroeg in de ochtend te blaffen. Maar de eerste zaterdag in het nieuwe jaar als de jacht over was, was het blaffen ook gebeurd. Maar het wonderbaarlijke was als de jacht op patrijzen, in September weer geopend was , liet de hond de eerste zaterdag * weer van zich horen. Heel merkwaardig! ( Na het overlijden van Tiems ging het patronengereedschap over naar Tinus.)
In 1959 toen Tinus 18 jaar werd, was het Rieks Kuipers die zijn mede jagers voorstelde om “dat jong van Lahuus”een akte schadelijk wild te gunnen. Het mes sneed aan twee kanten, jong bloed in de jacht en het te veel aan “niet betalende mede jagers” werden opgeruimd. De term “schadelijk wild” is verdwenen in de nieuwe flora en faunawet. Onder schadelijk wild werd vroeger o.a. verstaan: Duiven, eksters, bunzings, gaaien, vossen, konijnen, kraaiachtigen en verwilderde katten. “Het was natuurlijk heel spannend om nu alleen met het geweer op pad te mogen gaan.
Een keer in de maand moest ik Rieks een briefje brengen met wat ik geschoten had.”
Tijdens het vertellen over vroeger, komt steeds meer boven drijven. “Ik weet nog dat de vroegere molenaar, Riekus Berends, later Hidding, op een hek zat uit te rusten en een duif over zich heen zag vliegen. Geweer aan de kop en Riekus zag hem al in de soep. Maar onze mulder verloor zijn evenwicht en tuimelde achterover. Het schot hagel verdween hoog in de lucht, Riekus had een zere rug en de duif verdween aan de horizon.”
Een tweede kop thee wordt ingeschonken. De rustige Heidewachtel Erwin krijgt ook een stukje cake, een aai over de bol en gaat met één vingerwijzing weer in de mand. Geen geschooi of gejank om nog een stukje. Dit moet voor de jacht wel een heel goede hond zijn.
Discipline is de helft van een goede jachthond. Dit wordt met enige trots beaamd: ”Erwin is heel gehoorzaam en rustig met een bijzondere goede neus en apporteert het wild zoals het hoort. Zelden of nooit raken wij een stuk wild kwijt.. Leuke bijkomstigheid: alle honden van Tinus in heden en verleden hadden en hebben de naam, Erwin.
Beste lezers, het is misschien een beetje van de hak op de tak dit verhaal, Tinus is een veelzijdige verteller, die ik gewoon maar volg.
Het lichtbakken op vossen komt aan de orde. Voor niet ingewijden: Dit houdt in dat er met kunstlicht in het donker gejaagd mag worden met een speciale vergunning. Toen de overheid er eindelijk achterkwam dat predatie door de vos volledig uit de hand dreigde te lopen, was het toegestaan met deze machtiging, het dier in het donker te bejagen. Met hulp van zijn vriend Jan Kruimink zijn er circa 70 vossen geschoten in de omgeving Meppen. Op de vraag, of dit afschot ook merkbaar is betreffende predatie, kijkt onze jager toch wat bedenkelijk. Natuurlijk is het zo dat 70 vossen meer of minder wel degelijk wat uitmaken. Er zijn gelukkig aanwijzingen dat het in bepaalde gebieden stukken beter gaat met de weidevogel, de leeuwerik, gorzen en andere bodembroeders. Maar denk eens aan alle kraaiachtigen, roofvogels, struinende katten, bunzing, hermelijn, wezel en reiger. Iedere dag moeten ze vreten. Maar waar ik mij het meest zorgen over maak is de steenmarter. Een opportunist die zich uitstekend weet te handhaven in stad en land. Veroorzaakt grote schade en overlast aan huizen, gebouwen en auto’s. (het doorbijten van bedradingen, vooral in de winter) Het bestrijden van dit slimme diertje is heel wat moeilijker dan bv. het reguleren van een te grote wilde varkenspopulatie
Tinus heeft veel betekend voor jonge jagers. Na zijn jachtexamen in 1976 stelde hij zich beschikbaar om geestverwanten ook het gewenste brevet te laten halen. Dit staatsexamen is niet voor de poes en vergt een gedegen opleiding. De combinatie van ervaring en theoretische kennis zijn vaak de beste leermeesters. Zo ook hier. Als gediplomeerd schietsportinstructeur en schriftelijk waarnemer heeft hij veel betekend voor aspirant jagers, dat zijn er nog al wat.
Meer dan 25 jaren heeft Tinus een groot aandeel gehad in de opleiding Een eenvoudig rekensommetje laat zien dat 25 jaren x 40 cursisten per jaar het getal 1000 oplevert. Ook heeft hij zich meer dan 25 jaren verdienstelijk gemaakt als buitengewoon opsporing ambtenaar. Z.g.n. BOA. Onbezoldigd toezichthouder op de visserij, jacht en milieu wetgeving. Dit zijn gediplomeerde mensen die zich zonder salaris inzetten voor genoemde wetgeving.
“De overheid heeft deze mensen de pap echter zo zuur gemaakt, met overbodige examens, irritante ambtenarij en bureaucratie, dat de één na de ander de pijp aan Maarten gaf.
De flora en fauna criminaliteit kreeg in veel gevallen weer vrij spel.”
Tinus: “ Waar jij nu woont in Broekveld, daar lagen vroeger langs de heide, de slagen land van de boeren, Renting, Nijboer, Jeuring en Ziel, daar zaten bar veul patriezen.”
Tinus bedankt!!!
Ben Offringa
Sleen 2008.
* Vroeger werd er hoofdzakelijk op zaterdag gejaagd
|
bekijk volledige agenda
|