|
|
Derde Taal an Taofel op De Deel in Sleen SleenWeb - 08 februari 2010
Mooie muziek, een bevlogen dichter en humoristische verhalen; drie ingrediënten voor een heerlijke middag in Theater De Deel te Sleen. Nog snel even twee tafels erbij zodat iedereen een plaats heeft en dan opent Gezienus Omvlee de literaire middag.

Jan Veenstra begint met uiterst humoristische verhalen (Wereldrecord, Femme Fatale, Die nacht een feest), met thema’s als internetdating, verliefdheid, relationele perikelen, over mannen die Fokke heten en op het terras van het Amstel Hotel in gesprek raken met beroemde filmsterren, die, wensdromen of niet, in pyama het bed delen met de vrouw van hun (natte) dromen; de werkelijke afloop blijft onverhuld en hier komt de ware aard van literatuur om de hoek kijken: het leven is een mysterie.
Egbert Hovenkamp (1953) gewezen stadsdichter van Assen en binnenkort getransfereerd naar Aa en Hunze: een kleurrijke verschijning, die bevlogen, intens, bijna hypnotiserend voordraagt uit sterk associatieve poëzie, waarbij hij zichzelf als het ware dirigeert met een beweeglijke, uitbundig beringde, linkerhand. Een lofzang op Eext (Ergo Eext Echo), dan een op Cuby’s blues geënt gedicht ‘Een andere dag, eenzelfde weg’, gevolgd door ‘Ik lig langoet op je graf’ een voorbeeld van Triantalen waarbij teksten van songwriters als Bob Dylan (The windmills of your mind, en Sad eyed Lady of the low Lands) de basis vormen van de gedragen poëzie, met trefzekere stem voorgelezen als mantra’s.

De muziek is van Ineke de Jong, begeleid door pianist Kees Hendriks, het eerste nummer ‘De Taol’ over leven in een oerwoud van taal; een buitenDrent die in het Drents wil schrijven en toch zichzelf wil blijven. Een krachtige, heldere, loepzuivere stem, begeleid door soepele pianomuziek. Gezongen nummers: ‘Mien Schattie’, ‘Ik was nog een wichie’, ‘Voor altied dansen, voor altied zweven.’

Na de <heerlijke> warme hap in de pauze, uitstekend gecaterd door ‘Het Wapen van Emmen’, wordt het programma vervolgd met eerst Ineke de Jong met ‘Alles en niks’, mooie zinnen als “Elke pieper heeft zien eigen deuntie’ en ‘Wat boven in de zak zit mot d’r ’t eerst oet’, over een bijzondere man dus. Dan ‘Ik kom je weer tegen’, een cryptische tekst ‘’t Tiekent zien leven’ en ‘De Tied’ over geromantiseerde jeugdherinneringen op het Twentse platteland.
De tweede sessie van Hovenkamp is poëzie uit ‘Kolde Tocht’, een Triantaling van werk van Wilhelm Müller, Winterreisen, ooit op muziek gezet door Schubert. De rustige, zangerige stem vraagt bijna om muzikale begeleiding.
Tenslotte Jan Veenstra met ‘Hunk’, een prachtverhaal dat zich afspeelt in de omgeving Geesbrug. De plaatselijke jongens zien met afgrijzen toe hoe de meiden in de ban raken van Dave, een echte Hunk. De jongens zinnen op wraak, maar bij de eerste confrontatie blijkt de Hunk meer in de Geesbrugse jongens geïnteresseerd te zijn dan in de meisjes. Jeugdherinneringen over voetbalwedstrijden, de strijd tussen de ‘finen’ en de ’openbaren’, kortom het leven op een Drents dorp. Maar eens te meer bewijzen de verhalen van Veenstra dat lezen geen kwaad kan.
Verslag Klaas van der Meulen
Nieuws archief
|
bekijk volledige agenda
|